Jan Schoolmeester – Docent

23-05-2023

 

Nog voordat mijn onderzoek startten heb ik met Jan gesproken over mijn onderwerp. Wat ga ik onderzoeken?

 

Wat neem ik mee uit het gesprek?

-Jan vertelt dat er al erg veel onderzocht is omtrent dit onderwerp. Ik moet het scherp blijven houden dat ik mij tot mijn team en mijn collega's richt. Ik moet kijken naar de dynamiek van mijn team. 

-Ook geef ik zelf aan dat we goede lessen hebben gekregen op de Pabo die voldoende inspiratie gaven. De vraag die ik moet onderzoeken is dus; waar gaat het mis of wat hebben de leerkrachten nodig? Waar kan het beter?

-Ik moet de leerkrachten intrinsiek weten te motiveren.

-Krachten combineren van de leerkrachten? Een atelier maken binnen de school? -> kijkend naar de visie van de school en de haalbaarheid werp ik dit af.

-Waarom is het belangrijk? Blijf kijken naar de urgentie.

--Zijn de doelen belemmerend?

-Ik moet mijn eigen visie helder hebben.

 

Kritische noot:

-Jan benoemde dat ik wellicht niet moet gaan onderzoeken naar wat de leerkrachten nodig hebben. Maar dat ik misschien moet gaan zoeken naar de mensen die de kunsten wel kunnen uitdragen. Misschien hoeven mijn collega's kunst helemaal niet uit te dragen, maar moeten er experts te school in komen.

 

Dit heeft me doen laten nadenken over mijn eigen visie. Ik vind namelijk dat een leerkracht zeker kunst (creativiteit) uit moet kunnen dragen. Een leerkracht moet namelijk ook in staat zijn om taal en rekenen uit te dragen, waarom dan niet creativiteit? Daarnaast zijn er al experts binnen de school en dit lijkt niet tot nauwelijks van de grond te komen. Het advies om mijn onderzoek breder te trekken werp ik om bovengenoemde redenen dus af.

 

 

Carry van Bokhoven – Docent

09-06-2023

 

Nog voordat mijn onderzoek startten heb ik ook met Carry gesproken over mijn onderwerp. Wat ga ik onderzoeken?

 

Wat neem ik mee uit het gesprek?

-Urgentie helder hebben.

-Je raakt iets kwijt, maar hoe ga je dit weer terugvinden?

-Wat ervaar je zelf, wat merk je zelf. Dit moet ik een concrete plek geven in mijn onderzoek. Hoe rijmt dit met hetgeen wat ik bij de andere leerkrachten zie.

-De leerkrachten geven gestructureerde lessen, waardoor kinderen blokkeren.

-Bepaal je insteek samen met het team. Creatieve sessies? Ervaringen ophalen.

-Wat zit er in de weg? Zijn het de leerdoelen?

-Gesprek volgen met Esther (medestudent die dit jaar afstudeert).

-Is het kennis of kunde, skills? Zoek de juiste bronnen en ga kijken wat mist.

 

Kritische noot:

-Als de leerkrachten het écht willen, de urgentie is er, dan zullen ze er ook blijvend aan moeten werken. In plaats van vergaderen... vooruitgedacht richting de communicatie.

 

                                                                                                                                                                  

                                    :  Gesprekken (begeleidingsverslag)

 

Lode Vermeesh – doctor in de pedagogische wetenschappen

16-03-2024 Research Day

 

Lode is docent aan de HIVA-KULeuven. Hij heeft al verschillende onderzoeken gedaan waarbij het fundament onder andere ligt rond: kunst- en cultuureducatie, kunsttheorieën, beleidsparticipatie. Ik ben benieuwd wat Lode vindt van de workshops die ik afgelopen weken heb gegeven en of dit volgens hem prikkelend genoeg is om de leerkrachten het enthousiasme rondom creativiteit mee te geven. Ook ben ik benieuwd of hij kritische vraagtekens zet bij de onderwerpen die ik benoem, wellicht zijn er zaken die ik verder moet aanscherpen die ik zelf over het hoofd heb gezien.

 

Wat neem ik mee uit het gesprek?

-Het is een probleemstelling die zich niet alleen op mijn school situeert. Het is een algemene vaststelling dat kinderen zo geformatteerd zijn op het juiste doen. En anderzijds ook de leerkrachten die ook geformatteerd zijn, de juiste instructie willen geven en de juiste feedback willen geven. Eigen kanttekening; ik moet mijn eigenheid behouden. Ik moet erop letten dat het mijn praktijk blijft én dat ik zelf in mijn onderzoek sta. Dit blijft belangrijk om altijd mee te nemen.

-Creativiteit zal ik goed moeten duiden. Welke creativiteit heb ik voor ogen? Creativiteit door middel van de kunsten. Als ik het ook heb over de integrale creativiteit, dan trek je het veel breder en gaat het over een ander onderzoek. Creativiteit moet ik goed capteren. Het is een brede term.

-Iets kan een algemene creativiteit zijn. Bijvoorbeeld Picasso en Andy Warhol, doen iets wat niemand zou verwachten. Deze creativiteit kan ik niet van het kind of van de leerkrachten verwachten. Wat ik wel mag verwachten is wat creativiteit voor henzelf is. Iets wat zij zelf nog niet eerder hebben gedaan of niet hebben gekund. Ik moet hierin blijven bezien dat wat voor mij een kleine creatieve stap is, dat dit voor de leerkrachten misschien een hele grote stap is. Ik moet daarin de baseline helder hebben, waar staan de leerkrachten nu?  Of wat leren ze van hetgeen wat ik overdraag. 

 

Het Element van Ken Robinson (2016) kan hierin helpend zijn; niet het zoeken naar de algemene creativiteit, maar naar de eigen creativiteit.

 

Tijd of PRIORITEIT. 

 

Kritische noot:

-Let op het geven van praktisch toepasbare voorbeelden aan de leerkrachten. Lode kwam hierover met een prachtig metafoor: ‘Als je iemand een vaardigheden wilt aanleren, bijvoorbeeld iemand die wilt leren koken. Ik ben een chefkok en ik wil jou beter leren koken, ik wil jou inspireren. Dan kan ik jou recepten doorsturen en zeggen probeer dat eens. Maar met de recepten alleen ga je waarschijnlijk heerlijke gerechten op tafel zetten, maar ga je nog niet leren koken. 

 

Het vergaren van die eigen kennis die gaat niet via alleen die recepten komen, dan zul je die persoon op een andere manier moeten prikkelen. Door het geven van opdrachten die leerkrachten in de praktijk kunnen toepassen zorg je ervoor dat leerkrachten kopieergedrag gaan vertonen. Dat kopieergedrag is iets wat de leerkrachten nu al veel laten zien, door het eerder genoemde Pinterest wat veel gebruikt wordt door de leerkrachten. 

 

Ik moet de leerkrachten uit hun comfortzone halen. Ik moet ze uitdagen. Creativiteit bevorderen met die opdrachtjes, waarbij de leerkrachten enerzijds een fijne opdracht krijgen, maar anderzijds ook nog de ruimte hebben om de creativiteit naar eigen hand te zetten in die opdracht. 

 

Lode geeft aan dat het geen eenvoudige taak is om de leerkrachten hierin mee te nemen, omdat je de middenweg moet vinden tussen de productgerichte werken en het procesgerichte werken. Lode ziet de meerwaarde in van mijn workshops die deze koppeling waarmaakt. Lode noemt het een professionalisering van mijn collega’s. Maar ook binnen deze workshop zal tijd een zwaarwegende factor zijn. Leerkrachten die er geen tijd voor hebben of alweer op het horloge aan het kijken zijn wanneer ze moeten vertrekken. Een moeilijke taak noemt Lode het, maar de ‘koffiekamer’ is een mooie plek, omdat tijd hier in mindere mate een rol speelt. 

 

Tijd die er is goed benutten!

 

De workshops hebben als doel dat ik de leerkrachten ook meeneem in dit nadenk-proces, de didactiek erachter. Ik moet de leerkrachten meegeven hoe ze een kleine draai kunnen geven aan hun opdracht, zodat ze het uiteindelijk iets creatiefs wordt in de opdracht en daarom ook in de uitvoering. Hoe kun je creativiteit prikkelen?

 

-Wellicht eind-vorm van een kunstkalender? (korte opdrachten 10-15 minuten).

 

Zeppelin didactiek voor muzische vorming van Koen Crul (2017) en Wicked arts assignments van Emiel Heijnen & melissa Bremmer (2021) hierin meenemen.

Job Balk – docent en praktijkgericht onderzoeker

16-03-2024 Research Day

 

Job Balk is docent onderzoek op de Hogeschool van Amsterdam. Daarnaast doet hij ook onderzoek op verschillende gebieden van kunsteducatie. Gezien de achtergrond van Job, hoop ik vooral van hem te horen dat hetgeen wat ik aan het doen ben, past bij de vragen en wensen die ik heb. Graag neem ik hem mee in mijn onderzoeksmethodieken. Ik ben benieuwd wat hij hierover denkt en of dat hij hier wellicht een kritische blik op kan werpen.

 

Wat neem ik mee uit het gesprek?

-Verdiepen in de Authentieke Kunsteducatie (Emiel Heijnen, 2018). Authentieke kunsteducatie specificeert zich op drie componenten. Job verteld dat het eerste component gaat over dat de kunstlessen relatie moeten hebben met hoe een kunstenaar werkt. Het tweede component sluit zich aan bij de belevingswereld van het kind. Het derde component gaat over dat wat er in de maatschappij gebeurd. Daar hoort een eenvoudig ontwerpcomponent bij. Job stelt dat dit wellicht helpend kan zijn voor de leerkrachten om eigen activiteiten te kunnen ontwerpen. Op deze manier bied ik mijn collega’s structuur en ook voor het MT kan ik het beter onderbouwen.

-Job heeft onderzoek gedaan naar hoe dit model functioneert in de praktijk. Job stuurt dit onderzoek naar mij door om te kijken wat deze inzichten mij vooraf al kunnen brengen en dan kan ik bepalen of dit passend is voor mijn onderzoek om dit te vertalen naar mijn praktijk, mijn collega’s.

-Eventuele derde workshop waarin ik zelf degene ben die de workshop geeft; kan, werk dan vanuit de ‘learner report’. Bevragen en op laten schrijven. Job stelt het volgende; observatieformulieren zijn niet nodig, het kan wel, het vergt alleen veel werk. Door learner report toe te passen heb ik concreet het antwoord op de vraag wat mijn collega’s hieruit meenemen én kan ik wel zelf de workshop geven.

 

Kritische noot:

-Blijf dat draagvlak bevragen, blijf checken wie op welk moment behoeftes heeft om er iets mee te doen.

-Job had het ook over het interdisciplinaire werken. Kunst dus niet zien als los vak, maar dat je er geïntegreerd nog meer uit kan halen. Op deze manier maak ik het wellicht nog waardevoller voor de leerkrachten, omdat ze dan zien dat het niet enkel efficiënt is voor één vak maar ook voor de hoofdvakken die op deze school als erg belangrijk worden ervaren. Dat je de verbinding opzoekt. Dat is een belangrijke ontwikkeling binnen de huidige kunsteducatie. Zelf als onderzoeker zet ik hierbij de kritische noot. Omdat ik weet dat mijn team, mijn collega’s, nog heel veel stappen daarvoor zijn. Creativiteit binnen de kunsten moet eerst überhaupt een meer gegronde plek krijgen binnen het onderwijs voordat mijn collega’s klaar zijn om het ook de algemene creativiteit een plek te kunnen geven.

 

Robin Brugman – Onderzoeksbegeleider

02-04-2024

 

Robin en ik hebben van A tot Z mijn onderzoek besproken. Waar sta ik nu, wat heb ik al gedaan en waar ziet Robin voor mij nog kansen. Ik heb alles besproken wat ik heb gedaan en Robin kwam met kritische vragen en bronnen die me verder kunnen helpen en ondersteunen.

 

Wat neem ik mee uit het gesprek?

-Mijn hoofdvraag moet ik anders verwoorden. Hier had ik zelf ook al vraagtekens bij omdat dit niet hetgeen is wat ik heb onderzocht. Indirect ja, maar niet direct. Mijn deelvragen zien er in het eerste opzicht goed uit. Echter moet ik erop letten dat ik steeds de terugkoppeling maak naar mijn hoofdvraag (gericht op creativiteit).

-Vanuit Robin kwam de vraag waar ik mijn woorden vandaan kwamen waar ik mijn codering op ga baseren.  Hier had ik geen duidelijk antwoord op. Ik merk ook zelf dat ik hier nu enorm op vastloop, want waar gaat mijn onderzoek naartoe. Ik heb al veel onderzocht, maar welke richting ga ik het geven en wat heb ik nu eigenlijk onderzocht. Hoe ga ik deze data analyseren aan de hand van passende theorie en wat is deze theorie? Robin gaf hier enkele zeer passende suggesties. Zo benoemde hij de theorie over het verandermodel van Knoster. Deze zou ik naast mijn data kunnen leggen. Ook de theorie over Drive (autonomie, zingeving en meesterschap) zou ondersteunend kunnen zijn. Dit lijkt erg op hetgeen wat ik al had geschreven, echter kan ik het hiermee ondersteunen. 

-circle of world learning creativity is een fijne diagram om mijn observaties van de workshop te duiden.

-Behoeftes heb ik ook al vrij helder door middel van de aanmeldingen voor de workshops. 2 voor de cultuurladekast, 8 voor de inspiratieworkshop. Waar ligt dit aan?

-Wie ben ik binnen mijn onderzoek? Ik merk dat ik dit in het begin als kracht zag. Toch vind ik dit ook moeilijk. Want hoe duid ik wat ik zelf ervaar en meemaak? Robin gaf aan dat ik hetgeen wat ik ervaar ook naast de theorie moet leggen. Komt dit overeen met leerkracht x?

 

-Ook hebben Robin en ik over de communicatie gesproken en een eventueel eindproduct. Ik merk namelijk dat de leerkrachten echt iets van mij nodig hebben. De vraag is wat precies. Een kalender? Een workshop? Een creatieve VRIJMIBO? Wat speelt hierbij een rol en welke afwegingen ga ik hierin maken? De logische vervolgstap voor nu is om eerst mijn data goed in beeld te krijgen en te analyseren. Waarschijnlijk wordt vanuit hier ook duidelijk voor mij wat de leerkrachten nodig hebben.

 

Kritische noot:

-Robin vroeg zich af of ik ook met het hele team heb gesproken over de urgentie van de rest van het team en niet alleen met het MT. Ik benoemde dat er vanuit het MT een helder statement gemaakt wordt en ik daarom niet de ruimte voelde om dit verder bij het team te bevragen. Ook komt er vanuit het MT een sterk verlangen om te werken met de Cultuurladekast. Vanuit hier merkte ik ook dat er vrij weinig ruimte was voor andere inbreng. Dit staat er dus zo gaan we het doen. Toch is het zeker interessant om ook hier het verandermodel van Knoster naast te leggen. Want wat betekent dit voor een veranderproces binnen het team?

-De koffiekamerinterventies lijken naar mijn idee ‘geflopt’. Toch zie ik na het gesprek met Robin in dat dit zeer waardevolle informatie is voor mijn onderzoek. Wat maakt dat dit flopte? Dit ga ik meenemen in mijn onderzoekpagina over de koffiekamer als interventieruimte. Waarom werkte dit niet? Naast de theorie leggen. Het was te plat, de leerkrachten moeten meer weten. De workshop was een logische vervolgstap omdat ze toen actief betrokken werden. Kleine impulsen.

-EVI als bron. Waar liggen de behoeftes? Wellicht heb ik dit te laat ontdekt en had ik dit eerder moeten inzetten. Robin geeft aan dat dit eventueel ook kan om de aanbevelingen te schrijven.

 

Esther Brouwer - De Koning– Afgestudeerde aan de FAA

12-04-2024


Esther is vorig schooljaar afgestudeerd op de FAA. Ze heeft destijds haar onderzoek gedaan over de kunstenaars-mindset bij de leerkracht en ze heeft hierin eigen onderzoek meegenomen. Aan het begin van dit jaar heb ik met Esther gesproken over haar onderzoek, dit was erg interessant om hier meer over te horen. Nu ik inmiddels veel dieper in mijn eigen onderzoek zit, kan ik gerichtere vragen stellen aan Esther. Het leek mij de passende tijd om Esther opnieuw te benaderen.

 

Wat neem ik mee uit het gesprek?

-Interessant is om in mijn onderzoek mezelf centraal te stellen en mijn eigen proces daaraan te spiegelen. Eigen voorbeelden gebruiken en hierin zelf ook een lerende houding aannemen. Wat doet het met mij? Wat maakt het los? Welke vragen heb ik? En welke factoren spelen bij mijzelf een belangrijke rol?

-Zelf ervaringen meenemen, maar let erop dat is JOUW blik. Elke leerkracht is anders, denkt anders en handelt anders. Eigen kwetsbaarheid tonen zorgt voor verbinding en een open houden bij de leerkrachten. Aangeven dat ik het ook nog niet allemaal weet en ook zoekende ben.

-Leerkracht is een inspirator op het moment dat je het persoonlijk kan maken. Een leerkracht hoeft geen alleskunner te zijn. Een leerkracht moet ervaringen kunnen delen.

-Wees je bewust vanuit welke blik je kijkt, probeer het op eens andere manier te bekijken.

-Merlijn twaalfhoven (Kunstenaarsmindset).

-Faalruimte -> Is dit iets wat onze school niet heeft? Of wel? Bewustwording creëren.

  Spanning mag er zijn.

-Het is ‘een’ manier, het is jouw blik.

-Vaag zijn moet er zijn om iets te kunnen creëren.

-Als je het belangrijk vindt, creatief, naar voren stap en doe het dan! Dus leerkrachten die het belang zien én weten hoe het moet kunnen het gewoon doen. Ik hoor deze geluiden veel bij de leerkrachten terug. Toch lukt het hen niet in de praktijk.

 

Kritische noot:

-Tegengeluid: De leerling centraal?

-De verdwaalatlas -> tool kunstenaarsmindset in de praktijk kan toepassen. Kan dit wellicht helpend zijn?