Gesprek met Jan (Staes) & mijn fascinatie

Mijn fascinatie binnen deze opleiding draait om de spanning tussen artistieke vrijheid en de systemen die (kunst)educatie proberen te ordenen. Ik ben gefascineerd door hoe iets dat zo sterk gericht is op verbeelding, spel, ontmoeting en zoeken (kunst en artistieke uitingen) tegelijk gevangen moet worden in formats, competenties, rubrics en toetsing.

In het gesprek met Jan werd duidelijk dat deze spanning niet alleen door mij wordt ervaren, maar vaker onderdeel is van hoe de master functioneert. We spraken lang over het effect van traditionele toetsvormen: studenten die gaan handelen vanuit angst, voorzichtigheid en de behoefte om “het goed te doen” in plaats van artistiek te onderzoeken wat er mogelijk is.

Best ironisch eigenlijk:

(kunst)studenten gaan zich gedragen alsof het onderwijs algoritmisch werkt, terwijl de opleiding ook vraagt om ambiguïteit, experiment, nieuwsgierigheid en het niet-weten.

We hadden het over het feit dat veel portfolio’s nu heel talig zijn. Lappen tekst, veel ‘talig’ bewijs. Bewijs kan ook een (artistieke) handeling zijn, een performance, een installatie, een patroon, een ontmoeting.

En daar ligt precies mijn fascinatie:

Kan een studie waarin kunst centraal staat ook op een kunstige manier worden getoetst?

Kan bewijs artistiek zijn?

Kun je leeruitkomsten aantonen zonder in het format van een toets te stappen?

Het gesprek met Jan gaf woorden aan het volgende: dat traditionele toetscultuur niet per se past bij de wijze waarop kunstenaars, makers en kunsteducatoren kennis voortbrengen. Niet omdat toetsing slecht is, maar omdat de vorm van toetsing bepalend is voor het soort leren dat mogelijk wordt.

Jan introduceerde een manier van kijken die hij speels omschreef als een combinatie van methodologisch en nomadisch:

onderzoek dat navolgbaar is, maar niet lineair; zoekend, bewegend en open, in plaats van volgend en afgebakend.

Deze manier van kijken resoneert sterk met mijn fascinatie voor openheid, spel en experiment (ook in mijn visie op kunsteducatie).

Hierin zit volgens mij ook een verschil tussen ‘bewijzen en aantonen dat’.

  • Bewijzen vraagt zekerheid, afronding en controle.
  • Aantonen kan speels, zoekend en artistiek zijn.

Deze manier van denken vormt de kern van mijn onderzoek:

Hoe kunnen de drie leeruitkomsten van de master Kunsteducatie artistiek en niet-lineair zichtbaar worden, zonder de logica van traditionele toetsing?

Het gesprek met Jan bevestigde dat deze vraag niet alleen persoonlijk maar ook professioneel urgent is:

  • studenten worstelen met toetscultuur;
  • docenten zoeken naar vormen die recht doen aan complexiteit;
  • en binnen kunsteducatie groeit het besef dat traditionele formats soms meer beperken dan ondersteunen.

Mijn fascinatie is dus niet alleen een persoonlijke drijfveer, maar ook een onderzoeksvraag:

Wat is kennis in kunsteducatie?

Hoe toon je die kennis aan?

En welke vormen worden zichtbaar als we de logica van de toets loslaten en de logica van de kunst toelaten?

Deze fascinatie vormt het fundament van mijn onderzoek, waarbij ik alternatieven wil ontwerpen. Niet om één oplossing te bieden, maar om een kunstenaarsperspectief of kunstenaarsmindset toe te voegen aan toetscultuur binnen de master.

 

1. Aanleiding & aanname + waarom dit onderzoek?

Veel studenten binnen de Master Kunsteducatie lopen vast in de spanning tussen artistieke vrijheid en normatieve toetsing. (aanname)

Traditionele toetsvormen zoals reflectieverslagen, portfolioformats en rubrics lijken niet altijd aan te sluiten op het artistieke en onderzoekende karakter van de opleiding. Ze maken zichtbaar dat studenten vaak “leren voor de toets” in plaats van voor hun eigen ontwikkeling of artistieke zoektocht.

Leeruitkomsten kunnen misschien ook meer artistiek aantoonbaar zijn

Kan ik onderzoeken?

  • Hoe kun je artistiek aantonen dat je iets kunt?
  • Kun je leeruitkomsten zichtbaar maken via een artistieke handeling, interventie, experiment of bijvoorbeeld performance?
  • Kun je alternatieven ontwikkelen die niet normatief, talig of format-gedreven zijn?

Deze vragen sluiten naadloos aan op mijn eigen visie op kunsteducatie, waarin ik pleit voor:

  • artistiek denken boven algoritmisch efficiëntiedenken (zoals Wambacq zegt),
  • emancipatie van de student (zoals Rancière),
  • ruimte voor spel, ontmoeting en verbeelding (zoals Biesta)
  • kritisch kijken naar de rol van systemen in kunstonderwijs.

Mijn eerdere onderzoeksvraag over vrijheid in systemen bleek te groot.

Deze nieuwe focus maakt het hopelijk:

  • concreet,
  • artistiek,
  • navolgbaar,
  • haalbaar binnen de afstudeerperiode,
  • én relevant binnen het gesprek van toetscultuur in kunsteducatie.

2. Nieuwe onderzoeksvraag

Op welke manieren kunnen studenten binnen de Master Kunsteducatie de drie leeruitkomsten artistiek aantonen zonder gebruik te maken van traditionele toetsvormen zoals reflectieverslagen en portfolio’s?


 BRONNEN

 

 

   GEDAAN T/M JANUARI 2026

3. Wat ga ik doen?

Stap 1 — Kader & literatuur

Ik bestudeer bronnen over:

  • Art Based Research (Hubner, theorie, ppt David)
  • alternatieve toetsculturen
  • “school art” vs authentiek leren (Lois Hetland)
  • zie tabel hier met alvast wat relevante bronnen
  • de drie leeruitkomsten van de opleiding

Stap 2 — Ontwerpen van artistieke manieren van aantonen

Ik ontwikkel 6–9 ?? artistieke vormen, verdeeld over de drie leeruitkomsten. Bijvoorbeeld eerste ideeen

Voor artistiek-educatief handelen:

  • performatieve procesdocumentatie
  • visueel/podcast essay
  • artistieke interventie met studenten of publiek

Voor omgevingsgericht handelen:

  • audioportret van een context
  • kritische collage / mapping van een werkveld
  • participatieve handeling / ontmoeting

Voor onderzoekend handelen:

  • onderzoekslab / ritueel
  • artistiek argument (beeldend i.p.v. talig)
  • experimenteel model of artistieke datavisualisatie

NIET:

  • geen reflectieverslagen
  • geen standaard portfolio
  • geen normatieve formats
  • bewijs = zichtbaar maken, niet beschrijven

Stap 3 — Testmomenten & dataverzameling

Ik test elke vorm in kleine setting:

  • bij peers
  • bij docenten (o.a. ARD)
  • desnoods 1–1 testen met een begeleider

Data:

  • observaties
  • peerfeedback
  • foto/video/audio (lijkt me leuk om uiteindelijk audiovoorstelling te maken)
  • korte gespreksnotities

Stap 4 — Analyse

Ik analyseer:

  • welke artistieke vormen werken wél / niet
  • wat zichtbaar wordt in termen van leeruitkomsten
  • hoe peers en docenten de vormen interpreteren
  • welke patronen of principes terugkomen

Stap 5 — Opbrengst

  • ?

 

Onderzoeksvraag (12 november)

Op welke manieren kunnen studenten binnen de Master Kunsteducatie de drie leeruitkomsten artistiek aantonen zonder gebruik te maken van traditionele toetsvormen zoals reflectieverslagen en portfolio’s?