Ulrike Quade / COCO CHANEL 


Het menselijk gelaat : essays Emmanuel Levinas  

"Believe me, for every woman vampire there are ten men of the same type. Men who take everything from women — love, devotion, beauty, youth and give nothing in return. V stands for Vampire and it stands for Vengeance too. The vampire that I play is the vengeance of my sex upon its exploiters. You see, I have the face of a vampire, perhaps, but the heart of a feministe.

Het subversieve karakter van goth biedt ook de mogelijkheid om stereotypen op een nieuwe, positieve manier te interpreteren. Wie zich identificeert met de buitenstaander, kan ze immers op een bevrijdende manier opeisen. Zo verandert bijvoorbeeld de demon Lilith van een verdorven vrouw in een symbool van vrouwelijke kracht. De subcultuur goth experimenteert als geen ander met gender, seksualiteit en stijl, en vindt zo steeds nieuwe betekenissen voor oude stereotypen.

“[Film] is not life but its shadow. It is not motion but its soundless spectre.” 






Arbus experienced "depressive episodes" during her life, similar to those experienced by her mother; the episodes may have been made worse by symptoms of hepatitis.[10] In 1968, Arbus wrote a letter to a personal friend, Carlotta Marshall, that says: "I go up and down a lot. Maybe I’ve always been like that. Partly what happens though is I get filled with energy and joy and I begin lots of things or think about what I want to do and get all breathless with excitement and then quite suddenly either through tiredness or a disappointment or something more mysterious the energy vanishes, leaving me harassed, swamped, distraught, frightened by the very things I thought I was so eager for! I’m sure this is quite classic."[62] Her ex-husband once noted that she had "violent changes of mood". On July 26, 1971, while living at Westbeth Artists Community in New York City, Arbus died by suicide by ingesting barbiturates and cutting her wrists with a razor.[4] She wrote the words "Last Supper" in her diary and placed her appointment book on the stairs leading up to the bathroom. Marvin Israel found her body in the bathtub two days later; she was 48 years old.[4][10] Photographer Joel Meyerowitz told journalist Arthur Lubow, "If she was doing the kind of work she was doing and photography wasn’t enough to keep her alive, what hope did we have? 






Several recurring archetypal characters appear in the book: the idealized father, the despised mother, and a troubled girl with masochistic tendencies.[8] Disconcertingly, Zürn's death seems to be foreshadowed in the text as the protagonist of Dark Spring eventually commits suicide by jumping out of her bedroom window. 


“graphic poetry”—a combination of writing and drawing in which the drawings are linguistic and the writing is a form of drawing. 

Write me an autograph

in the village they call me Sophie cocaine

pythia—woman—with powers—pluto—or deadly viper

hence—the Pythagorean table: python—African snake

Venus—of a thousand waters and a day


 In 1969, when she was fifteen, she met the cohort of émigrés from various countries who, together with Podolski, would become the Montfaucon Research Center. She had been diagnosed with schizophrenia around age eleven, however, and her illness worsened as she grew into adulthood. She died in 1974, at age twenty-one, from injuries sustained in a suicide attempt.

De zelfmoord van Podolski was haast onvermijdelijk. ‘Ze was heel bang om 21 te worden. Ze vreesde als meerderjarige geïnterneerd te worden. Dat wilde ze niet. De avond voor haar dood had ze nog afgesproken met haar jongere zus. Het was een afscheid’, vertelt Da La Casinière. ‘Niemand kon haar helpen. Het leven viel haar gewoon te zwaar.’

‘In haar werk neemt de dood een belangrijke plaats in’, zegt Dumalin. Al op haar 16de stelde ze zich existentiële vragen over het leven. Ze was erg in de ban van het existentialisme van Sartre. Naarmate ze ouder werd, werden haar teksten donkerder, hoewel ze in haar werk ook een lichtvoetige humor uitstraalde. Sophie was een erg complexe vrouw. Ik had haar graag gekend, al weet ik niet of ik haar altijd zou begrijpen.’ 



Through myanalysis, I discerned that pro-ana members drew on acore set of metaphors of self

(self as space, self, as weight, perfecting the self, and the social self) that operated asefficient rhetorical devices for managing self-descriptionand promoting interactional practices (Horne & Wiggins,2009). In that respect, they became the apparatus to dis-cursively articulate the “appropriate” or “adequate” iden-tities within the pro-ana group (Horne & Wiggins, 2009).By resorting to two embodied metaphorical descriptionsof the self (self as space and self as weight), and two met-aphorical practices of the self (perfecting the self and the social self), members of the online group formed andaligned themselves to a collective pro-ana identity whilemaking specific claims of their own individual identity as“pro-ana” (Riley et al., 2009) 





In 1965 Lacan paid tribute to Marguerite Duras and her novel The Ravishing of Lol V. Stein. In his homage Lacan claims that Duras’ art seemed to possess a certain knowledge. The authors argue that this knowledge relates to the difficulties for a speaking being of identification with the body. The novel is about the triggering of a psychosis at the specific moment when a woman is invited by a man to participate in a sexual act, while her strategy involved avoiding being positioned as object of male sexual desire. This case is compared with a case of paranoia described by Freud, in which the destabilizing factor also lies in the sexual sphere. For both women the triggering factor lies in the confrontation with the enjoyment of the Other and the impossibility to become the subject of the sexual demand of the Other. 


And Honey, I am the World’s Forgotten Boy.” On the Transference of the Unsaid as Becoming 




iets dat perfect is, is dood vanbinnen: perfecte dingen zijn lege dingen. een stilte die niet meer te vullen is of een uitdaging die het niet waard is om te beginnen. het einde. 


ik ben een droom met tanden.



wat is dat toch met vrouwen/meiden die beter af zouden zijn als ze dood zijn? laura palmer,  heathers? elke bron van kug ooit

Ik weet niet wat er aan de hand is, om eerlijk te zijn. ik voel me onrustig, moet weer even in mijn rol komen. de teksten leren, hoe moet ik ook alweer samen zijn. komt niet natuurlijk - hoe noem je dat ook alweer. ik moet er in ieder geval mijn best voor doen. 

er zijn een paar dingen. meisje op straat. mike. nick? wil ik het niet over hebben. geld en de schaamte. ik mis mem. willen maken maar ik ben niet op de juiste plek. ik wil beter zijn. ik wil niet zo, wat ik dan nu ook aan het doen ben, zijn. danielle met haar hersenschudding. oh ja, de derealizatie? angstige ontwikkeling ouwe. en al het schoolwerk dat ik mis, wat ik zo graag wil doen. ik wil niet meer zo klakkeloos. ik wil perfect. ik mis vroeger, toen alles nog gemakkelijk was en danique en ik gewoon, aan het rellen waren en ik geen consequenties had - a story about you. dat mijn huis zo’n teringzooi is. ik wil routines, doelen stellen: mediteren, schoonmaakroosters, meal preppen en zo. yoga doen. budgets en zo opstellen. 

als ik begin te piekeren dan open ik bijna direct tiktok. wil ik helemaal niet, is veilig, maar dat is het gevoel wegstoppen. ik moet ervoor zorgen dat ik daar actief mee aan de slag ga. 

o ja en natuurlijk nieuwe koers van artistiek onderzoek. goed plannen, vroeg mee beginnen, anders komt er niks van. 

ik wil in ieder geval bewuster zijn, wat betreft mijn stemming, emoties, en de planeten en wat er allemaal gebeurt in een week. ik moet echt een dagboek bij gaan houden, zou zo waardevol zijn. maar het voelt alsof ik daar geen tijd voor heb. enige oplossing lijkt beter plannen te zijn, prioriteiten stellen, efficiënter worden. als ik mezelf nou eens een paar doelen stel. eigenlijk maar eentje of zo, om te ervaren dat ik het kan. ik ben zo klaar met mezelf. en zelfs nu ga ik zo oppervlakkig overal overheen. tarotkaarten helpen. 

dit is wat ik wil. een netjes, schoon huis. het is gezellig en het ruikt fijn. ik houd lijstjes bij en ik plan mijn maaltijden. ik plan alles. iedereen voelt zich welkom. ik draag schone kleren, die passen, waar ik me goed in voel. mijn huid is schoon. ik voel me goed in mijn lichaam, ik heb geen rare kwaaltjes, ben niet constant moe, maar ik heb een goede relatie met mijn lichaam. ik doe yoga. 1 keer in de week of zo weet je, het hoeft niet meteen elke dag. ik mediteer, zo vaak mogelijk. ik slaap meer. of in ieder geval, ik heb een fatsoenlijk ritme. ik sta vroeg genoeg op voor school, heb zelfs tijd over ‘s ochtends. ik ben tevreden, heb alles onder controle, loop nergens achteraan. 

zelfs m’n geld heb ik op orde. en, uh, o ja, ik ben efficienter. ik ben niet meer zo sloom.

De politiek filosofe Chantal Mouffe legt uit dat kunst altijd een alternatieve wereld toont en ons zo uitnodigt om na te denken of we de wereld zoals we die kennen voor lief nemen. In die zin is kunst volgens Mouffe altijd politiek. Alleen is niet alle kunst kritisch, sommige kunst bevestigt de status quo, andere bevraagt haar juist.

Sontag pleit voor minder interpretatie en meer ‘sensibiliteit’ in de kunstbeschouwing. Sinds Plato en Aristoteles wordt kunst gezien als ‘mimesis’, een afbeelding van de werkelijkheid. Deze theorie leidt ertoe dat kunst gerechtvaardigd moet worden, stelt Sontag. Er wordt aangenomen dat kunst iets zegt, en dat alleen via interpretatie die verborgen betekenis naar boven gehaald kan worden. Voor de betekenis van een kunstwerk hebben we echter geen uitleg nodig; de betekenis ligt in de ervaring van het kunstwerk zelf. Sontag concludeert: ‘In plaats van een hermeneutiek hebben we een erotiek van de kunst nodig.’ Against Interpretation bevat eveneens haar beroemde essay ‘Notes on Camp’ waarin Sontag in 58 stellingen het nieuwe fenomeen van ‘camp’ beschrijft: iets kan goed zijn, ‘omdat het fout is’. Ook schrijft Sontag over filosofen als Simone Weil (die ze bewondert vanwege haar serieusheid), Albert Camus en Sartre.

On Photography is haar toonaangevende analyse van het effect van het maken en bekijken van foto’s. Camera’s leggen in zekere zin de werkelijkheid vast; toch zijn foto’s altijd interpretaties van die werkelijkheid. Daarbij heeft fotograferen ‘iets roofzuchtigs’: ‘mensen fotograferen staat gelijk met hen schenden, hen zien zoals ze zichzelf nooit zien, iets van hen weten dat zij zelf nooit zullen weten.’ De fotografie is volgens Sontag een ‘melancholieke’ kunstvorm: foto’s herinneren je aan de sterfelijkheid en vergankelijkheid van mensen en dingen. In Regarding the Pain of Others staan foto’s van geweld en oorlogsleed centraal.

Een terugkerend thema bij Sontag is het effect van metaforen. In Illness as Metaphor bekritiseert ze het gebruik van metaforen als het over ziekte gaat: ‘Niets is straffender dan aan een ziekte een betekenis te willen geven – omdat deze betekenis onherroepelijk een moralistische is.’ Beeldspraak werkt stigmatiserend. Als je bij kanker spreekt over een oorlog of een strijd die je moet winnen, dwing je mensen in een bepaalde houding.