Navigeren in complexiteit
De rol van taal in onze relatie met klimaat en natuur
We leven in een tijd waarin de klimaatcrisis en het verlies aan biodiversiteit niet alleen ecologische, maar ook sociale en emotionele vraagstukken zijn. De omvang en complexiteit ervan maken het moeilijk om grip te krijgen, en om samen te handelen. Taal speelt daarin een grote, vaak onzichtbare rol. De woorden die we gebruiken vormen de lens waardoor we naar de wereld kijken. Ze beïnvloeden hoe we denken, voelen en handelen en kunnen zowel verbinden als verlammen.
In dit onderzoek verken ik hoe taal en beeld kunnen helpen om te navigeren in complexiteit. Welke woorden gebruiken we? Hoe kunnen ze een brug vormen tussen verschillende perspectieven, emoties en vormen van kennis? En hoe kunnen ze bijdragen aan een gevoel van gedeelde verantwoordelijkheid en handelingsperspectief?
Het onderzoek beweegt zich langs drie sporen:
- Binnen Rijkswaterstaat onderzoek ik taal als sociale infrastructuur. "Hoe bepaalt taal binnen de organisatie hoe mensen zich tot het klimaatvraagstuk verhouden en hoe het gesprek over "wat we kunnen doen" vorm krijgt?"
- Bij jongeren en kinderen richt ik me op hoe zij woorden en beelden geven aan hun gedachten en gevoelens over klimaat. Hoe kunnen taal en beeld een middel zijn.
- In het landschap zelf – hoe spreken landschappen? - en hoe resoneert dat met onze menselijke taal over natuur en klimaat? En wat gebeurt er als we de taal van beleid naast de taal van de natuur leggen? ( dit is een zijspoor)
Samen vormen deze sporen een onderzoek naar de rol van taal als brug tussen werelden die elkaar niet vanzelfsprekend verstaan: tussen beleid en beleving, tussen jong en oud, tussen mens en natuur.