LEERDOEL 1



Leerdoel 1                                                                                                                  te koppelen aan competenties 3, 4 en 5

 

Ik wil mijn reflectieve en onderzoekende houding verder ontwikkelen door actief en met een open blik in gesprek te gaan met personen met verschillende perspectieven — ook diegenen die afwijken van mijn eigen visie — zodat ik mijn denkbeelden kan verdiepen en verbreden binnen mijn kunsteducatieve praktijk.

 

Specifiek:

Ik wil mijn reflectieve en onderzoekende houding versterken door actief verschillende perspectieven te betrekken bij mijn werk en feedbackmomenten, vooral door bewust ruimte te geven aan tegenstemmen en deze met een open en nieuwsgierige houding te onderzoeken.

 

Acceptabel:

Dit leerdoel sluit aan bij mijn persoonlijke ambitie om als kunsteducator niet alleen mijn eigen visie uit te dragen, maar ook een inclusieve dialoog te stimuleren waarin meerdere stemmen gehoord worden.

 

Toetsbaar:

Ik zal dit zichtbaar maken door in minstens drie reflectiemomenten te beschrijven hoe ik actief met verschillende perspectieven ben omgegaan, welke inzichten dit opleverde en hoe dit mijn visie of handelen heeft beïnvloed.

 

Eigen:

Het leerdoel vertrekt vanuit mijn eigen behoefte om mijn reflex, om vooral bevestiging te zoeken, te doorbreken en bewuster om te gaan met kritiek en alternatieve zienswijzen in mijn leerproces.

 

Evaluatiegericht:

Aan het einde van de periode evalueer ik in mijn reflectieverslag in hoeverre ik daadwerkelijk ruimte heb gemaakt voor tegenstemmen, welke invloed dat had op mijn ontwikkeling als kunsteducator en welke volgende stappen ik daarin wil zetten.

 



 “Verontwaardiging is geen argument.” - Gandhi

 

Ik begreep de quote die Jan Schoolmeesters mij doorstuurde van Gandhi, maar moest ook direct denken aan een van mijn favoriete films, Do the right thing van Spike Lee (Lee, 1989), waarin Martin Luther King en Malcolm X aangehaald worden. Waar een Martin Luther King, meer in de hoek zit van Gandhi, “I have a dream,” (King, 1963) en Malcolm X juist van radicale en meer militante benadering is; “By all means Necessary.” (Malcolm X, 1964). Spike Lee, die de film eindigt met een quote van beide heren, laat zien dat het niet zwart of wit is en dat geen van beide het goede antwoord is en dat het afhangt van de situatie, het is geen one size fits all.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Racist stereotypes, (Movieclips 2011)

 

Aansluitend hierop heb ik een fragment toegevoegd van een gesprek tussen Mookie en Pino. Mookie moet in de films keuzes maken tussen zijn werkgever, de witte Italianen Sal, Vito en Pino en zijn mensen, de zwarte bevolking van Brooklyn. Hieronder zie je twee quote’s uit het gesprek met Pino. Mookie begint met goede argumenten om Pino te laten zien dat hij moet ophouden met het gebruik van het N-woord maar, wanneer er niet wordt geluisterd en Pino zijn zwarte helden belachelijk maakt, al snel zijn argumenten achterwege laat en er hard tegenin gaat, zonder onderbouwing, schreeuwend. Het gesprek gaat totaal de verkeerde kant op.

 

Mookie: “Pino, all you ever talk about is ni…. this and ni…. that, and all your favorite                                                                               people are so-called ni…..”

 

Mookie: “Pino, fuck you, fuck your fuckin’ pizza, and fuck Frank Sinatra.”

 

Ik was voor dit leerdoel op zoek naar andere geluiden, tegengeluiden. Ik zou de meerstemmigheid niet uit het oog moeten verliezen. Daarom ging ik op zoek naar duidelijke tegengeluiden en ben ik het gesprek aangegaan met drie personen die, dacht ik, allemaal lijnrecht tegenover mij zouden staan in mijn ideeën over het onderzoek rond mijn schoolgebouw. Ik heb de huidige wethouder, belast met het dossier rond ons schoolgebouw, in een van mijn workshops gehad. Ik heb de wethouder gesproken die het dossier in werking heeft gesteld en erop is gesneuveld en ik ben het gesprek aangegaan met de (beoogd) architect van ons nieuwe schoolgebouw. Deze personen hoorde ik spreken op een raadsvergadering die ging over de eventuele nieuwe locatie van onze school.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 






Impressie van ons nieuwe schoolgebouw  (foto M.Schamp)                            In gesprek met Wethouder Coppens (foto J.Schamp)

 

Het eerste gesprek dat ik had was met de huidige wethouder, Hanneke Coppens (H.Coppens, persoonlijke communicatie,           29-10-2025), die het dossier van ons schoolgebouw dus in haar takenpakket heeft. Zij nam deel aan mijn workshop op woensdag 29 oktober 2025, omdat zij, naast de verantwoordelijk wethouder, ook oud-leerling van onze school is. Ik vond dit het lastigste gesprek. In mijn workshop merkte ik zeer sterk, zeker toen ik vertelde over mijn visie en mijn argumenten, ik alles heel erg op een weegschaal aan het leggen was. Dat ik veel minder vrij sprak. Ik begon iedere workshop met de vraag wat de deelnemers zouden doen als zij mochten bepalen wat er met het schoolgebouw moest gebeuren en waarom. Het antwoord van de wethouder lees je op het oranje kaartje. Ik las dat en merkte dat ik aardig in de weerstand schoot. Met name het laatste argument. “Een nieuwe start om je merk te laden.” druist tegen alles in van wat ik denk dat onderwijs moet zijn. Ze ziet een school als een bedrijf, want ze bedoelde letterlijk dat we het Macropedius opnieuw in de markt konden zetten. En de school als bedrijf staat zo ver weg van mijn onderwijsvisie dat ik een paar keer moest slikken. Toch hield ik me voor om open te blijven staan voor de ander. Na de workshop hadden we nog een (informeel) gesprek met elkaar terwijl iedereen zich boog over de uitkomsten van de workshop. In dit gesprek gaf ze aan dat de verhalen, het onderdeel waarover mijn workshop gaat, voor haar niet in het gebouw zitten, die herinneringen had ze toch al. Ik gaf aan dat ik dat wel vreemd vond, aangezien ze in het begin van de workshop aan het worstelen was om een verhaal op papier te krijgen en nadat ze terugkwam van een wandeling door het gebouw (onderdeel in mijn workshop waarbij ze in duo’s een plek bezoeken waar een verhaal aan vasthangt), druk kletsend en wijzend met een andere deelnemer, daarna zelf zei dat ze nu zoveel verhalen kon optekenen. Volgens mij doet het gebouw dan ook iets. Daar keek zij toch anders tegenaan. Toen werd het verhaal abrupt onderbroken door haar telefoon en volgende afspraak. Ik heb daarna nog om feedback gevraagd op dit punt door haar een mail te sturen, maar die bleef, tot tweemaal toe, helaas onbeantwoord.

 

 

 

 

 

                                                                                                    






Tekst kaartje wethouder    (foto M.Schamp)

 

Het gesprek met Wilmie Steeghs, de wethouder die de plannen voor nieuwbouw in gang heeft gezet maar later sneuvelde op deze portefeuille en tevens oud-leerling van onze school, vond plaats op vrijdag november (W.Steeghs, persoonlijke communicatie, 28-11-2025). Ik had haar graag gesproken bij mij op school, maar dat liet haar agenda niet toe dus spraken we elkaar op het gemeentehuis. In dit gesprek heb ik met haar ook twee onderdelen uit de workshop behandeld. Als ik dit gesprek moet typeren dan was het vooral, op z’n Brabants, gezellig. Wilmie liet nooit het achterste van haar tong zien waren mijn gedachten en sommige antwoorden op mijn vragen bleven wat op de vlakte. Wat ik wel fijn vond was, dat zij aangaf dat als er woningen komen op de plek van ons huidige gebouw er dan ook een deel beschikbaar komt voor sociale woningbouw. Wanneer ik vroeg naar de maatschappelijke taak van de gemeente als het gaat om duurzaamheid, kwam er een heel politiek antwoord over hoe de gemeente omgaat met duurzaamheid, maar een echt antwoord kwam er niet. Ze begreep mijn visie en argumenten en ze gaf aan dat er zo veel belangen speelden in dit politieke spel. In mijn workshop had ik ook een van de raadsleden, Yorick van Lieshout van de Dorpspartij Gemert-Bakel, ook de partij van Wilmie Steeghs, aan tafel. Hij gaf aan dat het behoud van een Havo/VWO school van belang was voor de leefbaarheid van de gemeente Gemert-Bakel en dat de school dan ook toekomstbestendig moest zijn. Dat vond ik een goed argument, al kan dat in mijn optiek ook met een goed verbouwde/gerenoveerde school die vervolgens Gemert op de kaart zet, zoals ook met andere projecten van Mevrouw Meijer (stichting die pleit voor renovatie i.p.v. nieuwbouw) is gebeurd. Mijn argumenten strandden dus een beetje in politiek correcte antwoorden en dat vond ik jammer. Dat politieke spel vind ik nog steeds lastig, vandaar ook de workshop van Kunstloc waar ik later over vertel. Toen ik Wilmie vroeg wat zij van het gesprek vond was de uitkomst dat ze mij begreep vanuit de onderwijskundige visie die ik op tafel legde en vond ze de oefeningen vanuit de workshop erg waardevol want die verhalen mogen niet verloren gaan.

 

Het leukste en meest waardevolle gesprek had ik met (beoogd) architect van ons nieuwe schoolgebouw, Frans Benjamins (F. Benjamins, persoonlijke communicatie, 21-11- 2025), van ArchitectenIenIen een architectenbureau uit Eindhoven die zich veel bezighouden met scholenbouw. Waarom vond ik dit dan zo’n fijn gesprek? Zat hier niet iemand tegenover mij die juist het tegenovergestelde wilt van wat ik zou willen? Ik denk dat we allebei creatieve denkers zijn en we toch over veel zaken stiekem hetzelfde denken. Bij de tweede vraag aangekomen was zijn opmerking; “Dit gesprek blijft toch wel tussen ons…?” Voor mij ook een indicator dat er een goed gesprek aan zat te komen. We hebben over verschrikkelijk veel onderwerpen gesproken. En in dit gesprek werden zijn, maar ook mijn argumenten, goed besproken en tegen een meetlat gelegd. Ik kon me vinden in wat hij zei en hij gaf aan dat hij zich kon vinden in mijn argumenten en snapte dat ik dit onderzoek was aangegaan. Hij zei letterlijk dat het tij ook langzaam aan het keren was in onze denkwijze rond scholenbouw in Nederland. Zijn argumenten over tijdelijke huisvesting die duur uitpakt voor een project als dat van ons en de veiligheid van scholieren als er vrachtwagens af en aanrijden, lieten mij ook anders naar zaken kijken. Geluiden die ik dus zeker mee moet nemen in mijn onderzoek. Het gesprek eindigde met een uitnodiging voor een gesprek om informatie op te halen voor als hij de aanbesteding gaat opmaken voor onze eventuele nieuwbouw. Het gesprek leverde dus een mooie aanvulling op mijn netwerk en een nieuwe quote voor mijn onderzoek, een die zeker een plek krijgt;

 

“Gebouwen worden gevormd door verhalen.” – Frans Benjamins


                                                   













Workshop Kunstloc “Verdiep je in netwerken en lobbyen.” (foto M.Schamp)

 

Op donderdag 20 november volgde ik de workshop “Verdiep je in netwerken en lobbyen.” Ik volgde deze workshop vanwege het advies van Laura Sobral die ik sprak in mijn expert talk (L.Sobral, persoonlijke communicatie, 04-10-2025). Zij had het over het in kaart brengen van mijn netwerk en ik dacht dat dit daar wel mooi bij zou aansluiten. Daarnaast bemerkte ik in mijn gesprekken met de wethouder, dat ik navigeren binnen de plaatselijke politiek toch echt lastig vind. Ik had al eenzelfde soort workshop willen volgen in juni, maar kon daarvoor geen vrij krijgen van mijn werk. De workshop was op sommige punten echt wel waardevol. Niet dat ik nu ineens inzicht heb in “mijn” politieke netwerk, maar meer door wat er gezegd werd door de verschillende sprekers. Zo had Naja van Rijsse van LobbyLokaal het over de visie van LobbyLokaal: “Zelf lobbyen vergroot het democratisch zelfvertrouwen”. Ik bemerkte dat in haar verhaal de feedback van Jan Schoolmeesters terugkwam. Zorg dat je je verhaal, dus je lobby, staaft met goede argumenten en dan zie je dat je ver kunt komen. Heb vertrouwen in je verhaal en zie dan dat de democratie kan werken. Het verhaal van de tweede spreker Jan Baanstra ging meer over zijn manier van lobbyen en hoe hij zorgde voor een netwerk waar hij op kon terugvallen wanneer hij hulp en ingangen nodig had voor zijn lobby. Hij liet zien dat lobbyen dus niet altijd een politiek mijnenveld is, maar ook gewoon contact leggen met mensen met dezelfde interesse die jou vervolgens weer verder kunnen helpen en in je verhaal kunnen ondersteunen. Ik hoop dat ik dat gedaan heb in mijn verhaal met de wethouders. Zeker in het gesprek met Wilmie Steeghs heb ik bijvoorbeeld de stichting Mevrouw Meijer genoemd en hoe belangrijk zij zijn voor mijn visie en verhaal en of zij bij een volgend schoolgebouw in de gemeente eens met hen in gesprek willen gaan. Mijn schoolgebouw kan ik (misschien) niet meer redden, maar anderen misschien wel.                                                                                                                                                                                   

Iets anders wat ik meeneem kwam uit de workshopronde. Deze deed ik met Nanja van Rijsse en zij had hele snelle, maar leuke opdrachten waarbij wij na moesten denken over ons netwerk, wie staat er aan jouw kant, wie geeft er tegengas en wie twijfelt en kun je misschien jouw kant op krijgen. Daarnaast moesten we out-of-the-box een lobbyactie verzinnen, onrealistisch mocht, en daarna een realistische lobbyactie. Hierbij bedacht ik een lobbyactie waarbij ik de burgemeester van Gemert een “laatste steen” liet plaatsen bij onze school waarbij er, in soort van begrafenissfeer, sprekers zouden zijn die het schoolgebouw toespraken en aangaven wat de andere mogelijkheden zouden zijn voor het gebouw in plaats van sloop. Deze oefeningen gaven mij veel inspiratie om straks na te denken over de communicatie van mijn onderzoek. De snelkookpan-oefeningen werkten heel goed om dat snel op papier te krijgen en de rare/aparte vragen maakten ook dat je inspiratie kreeg om dit om te zetten naar tastbare ideeën.

 
















 

 

Laatste opdracht van de workshop van Nanja van Rijsse (foto M.Schamp)


Tot slot, om dit leerdoel af te ronden, las ik in het boek Verandering teweegbrengen van Eric Booth (Booth, 2024) het volgende wat ik mooi vond aansluiten. "We zijn zo gewend om meteen te oordelen en om sterke meningen te prijzen alsof ze blijk geven van een grote persoonlijkheid, dat we ons ongemakkelijk voelen op momenten van onzekerheid. Teaching artists bouwen aan het tolereren van ambiguïteit: Laten we eerst observeren wat er is, voordat we gaan beoordelen of interpreteren.