Tijdens de workshop regeneratief onderwijs maandag 5 januari (foto's M.Schamp)

LEERDOEL 2

Leerdoel 2                                                                                                                                        te koppelen aan competentie 2, 3, 5

 

Ik wil leren mijn persoonlijke leerroute te verbinden met bredere kunsteducatieve- en maatschappelijke discussies door het thema regeneratief onderwijs te verkennen en hierover een workshop te ontwikkelen en te geven op de studiedag van mijn school.

 

Specifiek:

Ik wil mijn persoonlijke leerroute verbinden met actuele kunsteducatieve- en maatschappelijke discoursen door een workshop over regeneratief onderwijs te ontwikkelen. In dit proces verzamel ik feedback en input van experts op dit gebied om mijn conceptuele en didactische benadering te verdiepen.

 

Acceptabel:

Dit leerdoel sluit aan bij mijn ambitie om mijn praktijk als docent te verbinden met bredere kunsteducatieve en maatschappelijke thema’s. Door mezelf te positioneren als onderzoekende deelnemer binnen het discours rond duurzaamheid en regeneratie, versterk ik mijn professionele identiteit als kunsteducator.

 

Toetsbaar:

Ik realiseer dit door:

een workshopontwerp rond regeneratief onderwijs te ontwikkelen en theoretisch te verantwoorden; minimaal twee experts uit het veld te raadplegen voor feedback en inhoudelijke input en op basis van hun reacties mijn ontwerp en onderliggende visie te herzien en te documenteren. Daarnaast wil ik feedback ophalen bij collega’s die mijn workshop hebben gevolgd.

 

Eigen:

Het leerdoel komt voort uit mijn persoonlijke behoefte om mijn eigen pedagogische overtuigingen te verbinden met actuele kunsteducatieve vraagstukken en om feedback niet enkel te ontvangen, maar te gebruiken als onderzoeksinstrument in mijn ontwikkeling als kunsteducator.

 

Evaluatiegericht:

Ik evalueer mijn ontwikkeling aan de hand van de ontvangen feedback en mijn reflecties daarop: welke nieuwe inzichten heb ik opgedaan door het gesprek met experts, hoe beïnvloedt dit mijn denken over regeneratief onderwijs, en hoe positioneer ik mij hierdoor binnen het bredere kunsteducatieve discours?

 

 

 

Tijdens een workshop van Anthony Heidweiler en Henrike Gootjes over regeneratief (kunst)onderwijs die ons werd aangeboden in de module van Mirjam van Tilburg vorig schooljaar, kwam ik erachter dat mijn onderzoek hier toch ook behoorlijk aan te linken viel en ik raakte meer en meer geïnteresseerd in deze vorm van onderwijs.

Ik las het boek Regeneratie (Gootjes, 2025), The art of regenerative educatorship (Cardozo et al., 2025) en de podcast The regeneration lab (Van den Berg, z.d.), waar ik vooral de afleveringen over regeneratieve pedagogiek luisterde. Daarnaast kreeg ik van een van mijn oud-collega’s het boek The creative act: A way of being (Rubin, 2023) en een van de hoofdstukken heet Nature as teacher. In dit hoofdstuk las ik een zin die wat mij betreft heel mooi aansluit bij regeneratief onderwijs;

 

“Deepening our connection to nature will serve our spirit, and what serves our spirit invariably serves our artistic output. The closer we can get to the natural world, the sooner we start to realize we are not separate”

 

Hoe meer ik in deze boeken las en luisterde naar de podcast vroeg ik me ook af waarom me dit zo greep. Hoewel ik altijd probeer te denken aan de natuur en mijn steentje toch echt probeer bij te dragen op allerlei (kleine) vlakken ben ik geen “grijze wollen sokken milieuactivist.” Tegelijkertijd kwam ik erachter dat ik er toch echt wel meer mee bezig was dan ik dacht. Zo doe ik met leerlingen altijd mee met Artcadia (Artcadia, 2008) een ontwerpwedstrijd voor scholieren in Nederland en België, waarbij leerlingen in 4 thema’s (gebouwen, milieu en ruimte, mobiliteit en water) worden uitgedaagd om duurzame oplossingen te bedenken voor de problemen waar wij nu en in de toekomst mee geconfronteerd worden. Zo wonnen we in 2024 de wedstrijd met onze plantenbaksteen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 




Plantenbaksteen (foto M.Schamp)

 

Zo zag ik ook de documentaire I am the river, the river is me (Lom, 2024). De film gaat over de Whanganui-rivier in Aotearoa (Nieuw-Zeeland) en is de eerste rivier ter wereld die werd erkend als rechtspersoon, als een levend en ondeelbaar wezen. Māori riviervoogd Ned Tapa nodigt een internationaal groepje vrienden uit voor een kanotocht van vijf dagen over deze rivier om deze plek, waar de natuur regenereert, te ervaren.  

In het boek Regeneratie las ik over het belang van leren van inheemse culturen en daar gaat deze film dieper op in. Daarnaast bemerk ik dat ik op mijn werk steeds vaker ageer tegen digitale systemen, we tuigen steeds meer digitale systemen op en stellen ons, vind ik, daar te weinig vragen bij. Zo verbannen we het mobieltje maar verplichten onze leerlingen wel te werken op een laptop, die ondertussen het mobieltje is gaan vervangen. We geven feedback in een systeem, maar die feedback lichten we niet mondeling toe, waarbij de leerling, die het minder doet, alleen maar negatieve feedback terugkrijgt via een scherm. Ondertussen zijn we bezig met het hoe en wat van AI op mijn werk. In een enquête van de werkgroep miste ik het ethische vraagstuk. Bij iedere druk op de knop, wanneer we iets willen weten van ChatGPT, wordt er weer een energie slurpend datacenter ergens in Afrika geplaatst, daar waar de mensen niet de middelen hebben om dat programma überhaupt te gebruiken.

 

Ik vind dus dat we het persoonlijke contact verliezen, dat we de mens en wat die mens kan behappen aan technologie uit het oog verliezen en de leerlingen steeds afhankelijker maken van een scherm, waarbij ik denk: moeten we niet meer terug naar de handen, naar buiten. Ik zie bijvoorbeeld steeds vaker dat mijn leerlingen een slechte motoriek hebben en alle contact verloren zijn met de natuur. Er werd jaren geleden nog wel eens de grap gemaakt dat leerlingen uit de stad dachten dat melk uit de supermarkt kwam in plaats van de koe, maar het contact met de natuur zijn mijn “dorpse” leerlingen ook aan het verliezen. En die natuur kan ze veel leren.

 

Op mijn school kwam ik erachter dat niemand ooit gehoord had van regeneratief onderwijs en dus kwam ik op het idee om dit in het kader van mijn leerdoel om te draaien en gaf ik op een studiedag, begin januari, een workshop regeneratief onderwijs. Door het lezen van de boeken en het beluisteren van de podcast had ik ondertussen wel wat kennis opgedaan, maar had dit graag gespiegeld aan experts. Dus zocht ik contact met Anthony Heidweiler en Henrike Gootjes, helaas zonder succes. Ik kwam er vervolgens niet aan toe om andere experts te raadplegen. Wel had ik gesprekken met Charissa Soentpiet (persoonlijke communicatie, 12 december 2025), die ook aan de slag was gegaan met regeneratief onderwijs. Zij bekeek mijn powerpoint die ik had gemaakt voor de workshop en vroeg zich af waar de kunst was gebleven in mijn workshop. Ik heb aangegeven dat dit een introductie is in regeneratief onderwijs en dat aan het eind een component zit waarbij ik de deelnemers iets “laat maken.”

 

De workshop is opgebouwd uit componenten die ik uit lessen op de opleiding heb gehaald en uit een keynote van Eline de Clerq tijdens een van de Artistic research days waarin zij sprak over Who and what makes the academy garden? En de Sympoiesis garden, waar sympoiesis zoveel betekent als samen maken. Vooral dat laatste sprak mij erg aan. Omdat de beslissing over de nieuwbouw inmiddels gevallen was en we dus een compleet nieuw schoolgebouw krijgen dacht ik direct van iets negatiefs iets positiefs te maken en te pleiten voor een (moes)tuin bij de nieuwe locatie. Dat werd het uitgangspunt voor mijn workshop.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 




Powerpoint workshop regeneratief onderwijs in PDF (M.Schamp)

 

Ik begon mijn workshop, deze was direct na de vakantie, met een check-in, deze hadden we tijdens een van de lessen van Mirjam van Tilburg gehad. “Als je je huidige toestand moet vergelijken met iets uit de tuin, wat zou dat dan zijn?” Vervolgens gaf ik een inleiding over hoe regeneratief onderwijs op mijn pad gekomen was en wat regeneratief onderwijs nu precies is. Best lastig want ik vind het zo nu en dan best breed en veelomvattend met overal wel een soort van rode draad. Vervolgens vertelde ik over de nieuwe locatie en de tuin en gaf ik iedereen een groen vel en liet vaksecties bij elkaar zitten. Ik wilde dat ze nadachten over hoe ze een les konden verzorgen rond of in de tuin, waarbij de leerlingen ook echt met hun voeten in de klei moesten staan en of ze dit wilden tekenen en plakken op dat groene vel. Vervolgens legde ik al deze vellen samen tot een grote tuin en dat werd het eindproduct. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Het drieslagstelsel voor het vak geschiedenis in de tuin (foto M.Schamp)


Tijdens de workshop tekende een van mijn collega’s van het vak geschiedenis bovenstaand idee voor de tuin. Een drieslagstelsel, dit is een landbouwmethode uit de vroege Middeleeuwen. Hierbij werden de akkergronden of “kouters” in drie stukken verdeeld, in plaats van twee, zoals dáárvoor gebruikelijk was. Elke slag kent een opeenvolgende bezaaiing met winterkoren in het eerste jaar en zomerkoren in het tweede jaar, terwijl het gedurende het derde jaar braak ligt. De natuur kan zich in dat derde jaar dus regenereren. Zijn idee was om het eerste veld op een prehistorische manier te onderhouden, de tweede met middeleeuws gereedschap en de derde industrieel. Tijdens de evaluatie met de andere collega’s kwam al snel de opmerking dat het derde veld niet bepaald regeneratief zou zijn als je er industrieel te werk zou gaan. Het leverde dus mooi discussies op en iedereen kwam wel met lessen voor zijn of haar vak in de tuin.

 

Uit de feedback, maar ook tijdens de workshop, bleek dat iedereen dit een inspirerende en fijne manier vond om het nieuwe jaar te beginnen, creatief en inspirerend. Collega’s vroegen zich af waarom ze niet vaker naar buiten gaan met hun leerlingen en men ondersteunde het idee van een uitgebreide tuin bij de nieuw te bouwen school, maar ook een openluchtlokaal werd geopperd. Iedereen voelde de ruimte om vragen te stellen en eigen perspectief te delen en twijfels uit te spreken, dat vond ik zelf wel fijn om te horen. Ik benoemde tijdens de workshop ook, dat dit een introductie was en ik ook niet alles afwist van regeneratief onderwijs, maar dat bepaalde zaken mij enorm aanspraken. Wellicht dat dat collega’s hielp om hun vragen te stellen en er open over te spreken. Wat opviel was dat van de zeven kernprincipes die ik benoemde; hoofd, hart en handen veel genoemd werd als meest aansprekende kernprincipe. Iets waarvan ik ook denk dat, ondanks dat wij een Havo/VWO school zijn, dat minstens zo belangrijk is voor onze leerlingen. Ik merk in mijn CKV lessen vaak dat leerlingen aangaan op praktische opdrachten waarbij ze “uit hun hoofd gehaald worden.”   Collega’s misten data en opbrengsten van scholen die al bezig waren met regeneratief onderwijs, hetgeen ik begrijp maar dat zou voor mij een tweede stap zijn, dat ik daar zelf ook meer naar op zoek ga. Voor mij was deze workshop echt een introductie. Een andere collega vroeg zich af hoe we dit kunnen inbrengen in ons huidige onderwijssysteem. Ik dacht dat ik dat met deze workshop had proberen aan te tonen. Was die boodschap dan niet helemaal duidelijk, moet ik dat meer benadrukken?

 

Ik denk dat ik met deze workshop een goede eerste stap heb gezet om regeneratief onderwijs te laten landen, ook al is het een kleine stap. Ik las een stukje op de website van de taalstaat over een nieuw protestnummer van Boudewijn de Groot en hoe hij dit nummer had laten horen bij de gemeenteraad in Almelo. Geen oplossing maar een bescheiden aanzet tot discussie die deel uitmaakt van het grote geheel en zo zie ik mijn workshop ook.

 

 

 

 

 

 

 













Website De Taalstaat (foto’s M.Schamp)

 

Ik denk dat ik heb laten zien dat ik, ondanks het gemis van feedback van Anthony Heidweiler en Henrike Gootjes, heb aangetoond aardig op weg te zijn met dit leerdoel.

 

Ter afronding heb ik vanuit mijn workshops voor mijn onderzoek nog een mooi voorbeeld van hoe ik binnen mijn werkpraktijk laat zien dat ik bijdraag aan de bredere kunsteducatieve- en maatschappelijke discussies. Ik vertelde in die workshops ook kort over mijn workshop en over scholenbouw in Nederland. Ik vroeg deelnemers op te schrijven wat zij met ons schoolgebouw zouden doen, mochten zij het voor het zeggen hebben. Van Dorien Welten, oud-leerling en moeder van een huidige leerling kreeg ik onderstaande mail terug. Dus in plaats van alleen de verontwaardiging heb ik hier de argumenten laten spreken.

 

 

 

 

 

 














Mail Dorien Welten (foto M.Schamp)