De Sprinter terug naar Amsterdam

01,09,25

17;48


Maandag 6 uur. Een overvolle trein vol werklui die terug reist naar huis. We moeten nog koken,  eten en daarna kruipen we  lekker ieder ons eigen mandje in . 

Iedereen staart omlaag. De letters op de schermen dringen  door in de hersenen van de individuen die naast elkaar in de trein banken zijn opgesteld. Het is stil. Contact is er weinig tussen men die zich nog geen halve meter van elkaar bevindt. Het is eng. Dood eng om alleen te zitten zonder de prikkels, dopamine en de afleiding van onze kleine mobiele beste vriend.  
Wat voor een boek leest u? Zou ik willen vragen aan de man voor mij,  die probeert door de eerste bladzijde van zijn boek te komen. Maar dat zou de eeuwig heersende stilte in de coupe doen breken. Het is eng. Doodeng om contact te zoeken met dat onbekende wezen naast je in de stoel. 

Van verbaal contact is geen spraken in treinstel 9479 onderweg naar Amsterdam. Ook het oogcontact word vermeden. Het is alsof de afstand groter dan ooit is. Geen brug die het kan overbruggen geen lijm die de afstand het kan dichten. Behalve die “goedendag meneer, bent u een leuk boek aan het lezen?”


Agenderen

Ik ben Babette Fokkens, 21 jaar. Als geboren en getogen Utrechtse voel ik mij verbonden met de stad. In de verschillende fases van mijn leven heb ik mij hier een weg gebaand en voel ik mij hier thuis. WAt bijdraagt aan dat thuisgevoel is mijn inbedding in de stad. Utrecht is een overzichtelijke stad waar je regelmatig dezelfde mensen tegenkomt. Vrienden, kennissen en ook vreemden zijn voor mij de gezichten van de stad. Dit geeft mij een gevoel van samenhorigheid en versterkt mijn liefde voor Utrecht. Ik voel mij sociaal betrokken. Dit maakt de soms anonieme stad voor mij menselijk.



Tegenwoordig neemt dit gevoel van samenhorigheid naar mijn idee steeds meer af. Mede na de corona periode, maar vooral door de digitalisering en individualisering, zijn mensen steeds meer met zichzelf bezig. In het openbaar is er een geslotenheid ontstaan die de openheid voor contact heeft verminderd. Een spontane ontmoeting op straat met een vreemde, of een goede dag in de supermarkt lijken mensen veel minder normaal te vinden. 


Ik denk dat spontane ontmoetingen met vreemden, of het uitwisselen van een glimlach, belangrijk is voor mensen. De digitalisering van de mens gaat sneller dan ooit en hier komt bij kijken dat we alleen nog maar eenkenniger worden. Herkennen mensen dit? Is dit een probleem? En, valt hier iets aan te doen?

Zonder ons, Geen wij

Agenderen is een periode van verkennen en doen, niet om compleet te zijn. Het is vooral een periode van divergeren. Een fuzzy proces, ontdekken, zoeken, proberen.

Motivatie en Interesse