Ergens onder een klink van een deur staat een klein rondje, kleiner dan een euromunt. Het staart me aan met een noodzaak. Het drijft me samen tot een beslissing, intern getwijfel, argumenten voor en argumenten tegen, kan ik dit echt, ben ik hiervoor de juiste persoon, wat als…


Het rondje staat plots symbool voor een doorgang tussen twee werelden, binnen en buiten. Ik beeld me in dat voor velen vooral de deur dit symbool is, maar de deur bepaalt enkel de begrenzing. Het is de beslissing om op dat rondje, dat ietwat te kleine rondje, te duwen, dat ervoor zorgt dat die begrenzing even open staat. Dat binnen en buiten versmelt, dat invloed plaats kan vinden, indringend.


Word ik door het drukken op dat ogenschijnlijk onbenullig symbool in de vorm van een nul een indringer? 


Indringen houdt ontegensprekelijk in dat je je ergens gaat begeven op een plek waar je eigenlijk niet thuis hoort. En toch is dit wat ik van plan ben. Ga ik daar als een soort paria in een wereld duiken? Dring ik levens in, waar ik beter uit blijf? Als je ergens indringt, heb je een bepaalde verantwoordelijkheid, want hoe ga je weer weg? Laat ik alles zoals het was of hang ik de vuile was op een waslijn of was mijn indringactie zo bepalend dat ik als een ware crimineel de thuis achterlaat als een ravage of biedt ik net bagage om even te ontsnappen, als ze mij al snappen, …


Ik voel me naar adem happen. 


Ik sluit mijn ogen, eventjes, heel kort.


Ik druk, 


het rinkelt, 


het indringen is begonnen 


en 


ik wacht


tot 


ik binnen mag.




Het onderzoeken kan beginnen.






Al wist ik toen nog niet, dat ik uiteindelijk 10 van die rondjes zou moeten indrukken...


om makkelijker deuren te openen.

leeswijzer