In deze tekst verhoud ik me als onderzoeker binnen mijn onderzoek, als kunsteducator binnen het veld, als verantwoordelijke mens binnen de wereld.
“Als we al 30 jaar weten dat mensen slechter uit gevangenissen komen dan dat ze erin gaan, hoe komt het dat we dit dan maar blijven voortzetten?”
Lara Staal, theatermaker.
Op 13 maart 2025 ging de nieuwste productie van theatermaakster Lara Staal in première, ‘De gevangenis’. Sinds 2019 maakt Staal producties voor NTGent, steeds met een maatschappijkritische leidraad. In deze productie, gespeeld en geschreven door 4 ex-gedetineerden, klagen ze elk op hun manier de wantoestanden in de Belgische gevangenissen aan. Het is geen geheim dat die overvol zitten, dat de gebouwen verouderd zijn, dat er personeelstekort is en dat de begeleiding richting re-integratie mank loopt. Hoe is het voor gevangenen om die wantoestanden aan den lijve mee te maken? Is wie uit de gevangenis komt, dan getekend voor het leven? Bestaat er geen menselijker, meer performant alternatief? Die vragen vormen de basis voor het stuk. En ook ik kwam deze vragen tegen in mijn onderzoek.
Redelijk naïef, zonder voorkennis van de context, vertoefde ik, theatermaker, cabaretier, kunsteducator, 8 sessies van 2u in de gevangenis. Met een flinke dosis zottigheid en lef stond ik enkele weken oog in oog met misdadigers allerlei, met in mijn boekentas tonnen ervaring om met een groep jongeren (humoristische) theatervoorstellingen te maken. Jongeren van alle geuren en kleuren, maar dit was anders, dit was uit mijn comfortzone. Deze keer startte ik aan een participatieve co-creatie met volwassen mensen die blijkbaar een dermate gevaar voor de maatschappij vormden, dat ze er zonder boe of bah werden uitgekegeld, werden verbannen naar een parallel universum. Op zoek naar vrijheid van geest. Want oh ja, er hing ook een onderzoek vast aan dit traject. Net deze onbevlekte instap binnen dit onderzoek was mijn sterkte. Ik werd echt gedreven door nieuwsgierigheid, interesse en sociaal gevoel en net die houding zorgde voor een open blik waarin elk detail aanleiding gaf tot reflectie. Ik sprong in het diepe en leerde mezelf zwemmen.
Niet toevallig tikten het Europees Comité ter Preventie van Foltering en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens ons land al verschillende keren op de vingers wegens onmenselijke behandeling van gedetineerden.
“Geen enkele gevangenis verlaat je beter.”
Bahadir Kanmaz, ex-gedetineerde.
België betaalde de voorbije jaren miljoenen euro’s aan boetes nadat rechten van gedetineerden geschonden werden. (Debeuckelaere, 2024). Kersvers minister van Justitie Annelies Verlinden begon met frisse moed aan haar opdracht en wil de overbevolking aanpakken. (Liekens, 2025) Zij wil de korte celstraffen bijvoorbeeld vaker omzetten naar elektronisch toezicht of werkstraffen. Maar is er niet eerder nood om het systeem volledig om te gooien?
Al snel botste ik als onderzoeker tegen de beperking van de context. Ik stond er alleen voor, er was geen ruimte voor een constante extra observator intern, noch toestemming voor een externe observator. Het zou beter zijn geweest als er heel de tijd iemand aanwezig was om te zien: wat doet Maarten, wat is de betekenis van de werkvormen en de gevolgen daarvan, welke invloed heeft mijn doelgroep op mij en omgekeerd, … Ook beeldmateriaal kon niet, er was geen internet, de afhankelijkheid van het systeem, … Redelijk veel beperkingen, maar zou het niet ongelooflijk jammer zijn, moesten deze beperkingen ervoor zorgen dat dit onderzoek niet zou plaatsvinden? Dat de gedetineerden deze kans zouden moeten missen? En net die beperkingen zorgden ervoor dat ik intuïtief creatiever uit de hoek moest komen. Dit merkte ik ook op, detentie is een creatieve plek, tegen de verwachting in, een emergent gegeven dat net door de beperking van vrijheid en de tijd om niets te kunnen doen, zich te vervelen, er bij de gedetineerden een creativiteit ontstond. Hier kunnen we pedagogisch, didactisch zeker lessen uit trekken. Dit kunsteducatieve vraagstuk heerst momenteel ook binnen onderwijs waar alles meteen moet opleveren en juist de kunsten hier vertragend een antwoord op kunnen bieden. Eric Booth (1997) schrijft over de waarde van geduld en het belang van het toelaten van vertraging in het kunstonderwijs:
"In de kunsten is er geen shortcut naar creativiteit. Het vergt tijd om ideeën te laten rijpen, en kunsteducatoren moeten bereid zijn de vertraging en de onzekerheid van dit proces te omarmen. De waarde ligt in het proces zelf, niet in het eindresultaat. We moeten de druk om snel te leveren loslaten om ruimte te geven aan diepere, complexere vormen van leren" (Booth, 1997, p. 56).
Onderzoek door Gendreau en Andrews (2018) wijst uit dat de effectiviteit van gevangenisstraffen aanzienlijk kan toenemen wanneer gedetineerden worden blootgesteld aan educatieve programma’s. Het is van cruciaal belang dat gedetineerden de kans krijgen om hun gedrag te heroverwegen en vaardigheden te ontwikkelen die hen kunnen helpen om succesvol terug te keren naar de maatschappij.
En net dit is een probleem dat het Belgische detentiesysteem kenmerkt. Hoewel er enkele initiatieven zijn die gericht zijn op rehabilitatie, blijft de focus voornamelijk liggen op bestraffing. Dit bevordert een vicieuze cirkel van terugkeer naar de gevangenis. (Wolff & Shi, 2017) Waarom blijft het Belgische detentiesysteem vasthouden aan een bestraffende benadering, ondanks de bewijsvoering over de ineffectiviteit van louter bestraffen?
Ik heb in mijn onderzoek de doelgroep via humor een stem gegeven. De humor werkte als de katalysator tussen de onderdrukten en de onderdrukkers.
Een organisatie zoals VZW de huizen zet hier volledig op in om alternatieve benaderingen van een straf te onderzoeken. De vereniging benadrukt ook het belang van lokale opvangsystemen die specifiek gericht zijn op de re-integratie van ex-gedetineerden. Zij zijn pleitbezorger voor een nieuw penitentiair paradigma in de vorm van detentiehuizen. (vzw De Huizen, 2020)
Hier is volgens mij veel ruimte voor kunsteducatie.
VZW De rode antraciet ziet al jaren voordelen van kunstbeleving en kunsteducatie in Vlaamse gevangenissen. In samenwerking met Thomas Bellinck en Osama Abdulrasol creëerden zij de opera Barzakh in november 2024. Deze opera biedt een artistieke benadering van detentie en de impact van het gevangenissysteem. Hier wordt de gevangenis niet enkel gepresenteerd als een fysieke ruimte, maar ook als een psychologische toestand van existentiële limbo, waarin het gevangen zitten tussen twee werelden—die van vrijheid en detentie—door de opera wordt weergegeven. Het biedt daarmee een krachtige metafoor voor de isolatie en ontmenselijking die vaak gepaard gaan met detentie. De opera vormt een indringend medium om de complexiteit van de detentie-ervaring te begrijpen en draagt hierdoor bij aan een breder maatschappelijk debat over de behandeling van gedetineerden. En net daar ligt volgens mij de sleutel tot verandering. Kunst(educatie) maakt echt het verschil, ook binnen mijn onderzoek waar de co-creatie leidde tot een humaniserende verandering. Kunst(educatie) raakt en brengt inzichten.
"Hoe kunnen we verwachten dat mensen gezond terugkeren als we hen behandelen als monsters? Geweld kweekt geweld. Zorg en herstel zouden moeten centraal staan, niet vergelding en uitsluiting."
Thomas Bellinck, theatermaker.
Johnstone & Van Ness (2017) bewijzen in hun onderzoek dat een benadering die zich richt op zorg en herstel, in plaats van louter vergelding, veel effectiever kan zijn in het verminderen van recidive en het bevorderen van de rehabilitatie via menselijke waardigheid.
En binnen deze visie past mijn onderzoek. Past kunsteducatie.
Maxine Greene (2000), een prominente kunstpedagoog, ziet kunst als een essentieel middel voor sociale verandering en het herstellen van menselijke waardigheid, vooral in situaties waarin mensen zich buitengesloten of gedehumaniseerd voelen.
"In de kunst, en vooral in de kunsteducatie, vinden we de mogelijkheid om opnieuw te beginnen, om te leren van onze fouten en om opnieuw contact te maken met onze diepste menselijke waarden" (Greene, 2000, p. 15).
Deze benadering benadrukt dat kunst niet alleen gaat over productieve creatie, maar ook over de transformatie van het zelf en de gemeenschap door middel van gedeelde ervaringen van creativiteit en heb ik dat nu niet net gedaan in detentie?
Volgens Guss (2018) kan theater vanuit humor als een krachtige spiegel fungeren, waarbij gedetineerden geconfronteerd worden met hun eigen keuzes en gedragingen, zonder dat zij zich direct bedreigd voelen.
Desondanks moet kunsteducatie niet gezien worden als een magische oplossing voor de vele problemen van het gevangeniswezen. Het moet onderdeel zijn van een breder rehabilitatieprogramma dat ook andere aspecten zoals onderwijs, werkervaring en mentale gezondheid omvat. (Thompson, 2020)
Dit heb ik zelf ook ervaren binnen mijn onderzoek. De problematiek is heel veel groter dan wat ik met 8 sessies kan onderzoeken. En toch lieten zij op mij en ik op hen een grote indruk na. Dit onderzoek was niet alleen voor hen heel waardevol, maar ook voor mij als kunsteducator. Ik worstelde met mijn ethische verantwoordelijkheid. Ik wou niet de volgende persoon zijn die hen eventjes hoop gaf en dan weer verdween. Komen en gaan, voornamelijk uit mijn onderzoekend belang. Wat een stomme naïeve onderzoeker zou ik dan zijn. Ik wou een gezamenlijk belang bereiken. Ik sloot de sessies dan ook af met plakkende woorden. ‘Zoek humor in detentie’ ‘Ik vond humor in detentie’ op twee stickers, in de hoop dat er effectief iets zou blijven plakken.
Zo naïef dat ik er in sprong, zo bewust kritisch dat ik er uit kruip.
Mijn onderzoek staat dus mee op de barricade, het is een tegenstem voor het huidige detentiesysteem. Gaandeweg begreep ik dat vrijheid van geest onmogelijk wordt gemaakt door de huidige cultuur van vergelding en bestraffing. Het onderzoek is nog te vroeg, om dit terdege te kunnen onderzoeken moeten er eerst grote herstructureringen plaatsvinden in de hedendaagse maatschappij.
Ik start aan mijn terugweg naar de vrijheid. Ik moet weer door 10 deuren gaan, op het onbenullige knopje duwen en gemiddeld 15 seconden wachten. In tegenstelling tot de heenweg waar elke deur je iets meer bevangt, laat elke deur die je achter je toe trekt, je nu niet net een beetje meer los. Detentie laat je niet los. Ik stel me voor hoe deze weg zou voelen voor een gedetineerde die eindelijk de gevangenis mag verlaten na te lang in detentie. Vol hoop en goede plannen. Of toch de eerste keer dat hij vrij komt. Na een tweede beurt zal die hoop al wat kleiner zijn, na een derde misschien zelfs afwezig …
En dan trek ik de laatste deur weer achter me toe en sta ik weer op straat waar het leven gewoon zijn gangetje gaat alsof er net niet iets wezenlijks veranderd is.
En toch.
Ik sta hier anders op straat.
De gedetineerden zitten terug in hun cel en zitten hun straf uit, misschien ook een beetje anders.

