Doorheen dit onderzoek werd ik op regelmatige basis tot inzichten gebracht, werden blinde vlekken ontdekt door samenspraak en kon ik twijfels bespreken. Ik neem jullie graag mee op een chronologische lijn van stilstaan, rondtrappelen en hink stap gesprong.
Wil je weten waarover ik in dialoog ging?
Lees dan zeker deze meanderende tijdslijn.
Misschien niet in Zwitserland
Gesprekspartner: Luana Reiter
We hadden een geweldig gesprek, dat veel te kort leek. Ik vroeg haar om me vragen te stellen over mijn onderzoek om blinde vlekken te ontdekken. Dit kon ze niet zei ze. Ze vroeg om over mijn onderzoek te praten en na een half uur was de sessie voorbij.
Op een gegeven moment vraag ik of er in het detentiesysteem van Brazilië ook dehumanisatie plaatsvindt. Je weet maar nooit dat ze daar al verder staan in de hervorming naar een structuur vanuit zorg en herstel. Helaas moet ze toegeven dat het in Brazilië net zo is. Misschien niet in Zwitserland, lacht ze. We genieten beiden van een welverdiende lachbui.
Het was handig voor mezelf om even mijn onderzoek op een rijtje te plaatsen, om het nog eens te structureren in mijn hoofd. Luana gaf op het einde van het gesprek weer dat ze het gevoel had dat ze mij niets meer kon leren wat dit onderzoek betreft.
Ook dit was een fijn compliment.
Ik denk alleen verder na over dit gesprek. Waarom kon ze me niet helpen. Was ik niet concreet genoeg? Anderzijds gaf ze zelf aan hoe geweldig dit onderzoek was en werd ze meer en meer geïntrigeerd door dit onderzoek.
De ervaring binnen deze context vraagt net veel context om het uit te leggen. De kern van dit onderzoek is helder, maar wordt hierdoor vertroebelt omdat de context rap de overhand neemt. Maar dit onderzoek kan niet zonder de context. Dus de vertroebeling is deel van het onderzoek.
ACTIE
Het is ok om lyrisch en vertroebelend te zijn binnen de weergave van je onderzoek, binnen de beschrijving van de sessies. De hoeveelheid aan tekst kan en mag en moet juist de context waarachtig beschrijven. Zorg dus dat je conclusie de vertroebelde weg, die dit onderzoek inhoudt, verlicht en door dit onderzoek duidelijkheid schept.
Sleutelwoorden:
- vertroebeling
- zelfreflectie
- conclusie verhelderend
- Zorg dat je conclusie verhelderend werkt.
Momenteel nog veel confetti.
gesprekspartner: Jan Schoolmeesters https://janschoolmeesters.weebly.com/
Het gesprek startte met een stevige wake-up call, er is nog weinig om op te beoordelen/begeleiden. Tijdsgebrek en foutieve jaarplanning staan hierbij aan de basis. Edoch laat het onderzoek me niet los en zijn er wel veel zaken in beweging. Maar is er een concretisering nodig.
Mijn rol doorheen het co-creatieve parcours wordt even onder de lens genomen. Vooral de vraag waarom heb je die keuze gemaakt zal een antwoord vragen. Is dit geleidelijk ontstaan dat je switchte? Of was dit een voorafgaand plan? En dit heb je kunnen analyseren waarom dat dat van hen kwam die vraag? Je beweert deel van de groep te zijn tijdens de brainstormfase. Maak dat eens concreet?
Opdracht zoek de humor binnen de gevangenis, 1 keyword op een post-it en dan nadien uitleg hierover. Ikzelf ook meegedaan. Dus hier was u rol het idee van de opdracht en de post-its was de werkvorm, voor de rest gewoon meegedaan?
Heel bewust de sessies begonnen geïnspireerd door Freire: wij zijn allen experts.
ACTIE:
Waarom ben je geswitched binnen jouw rol als co-creator.
Binnen 10 minuten de stress weg. Waaraan merkte ge dat? Lichaamstaal, houding, rondlopen, vrijheid nemen om mee te lachen, verschil in vragen mag ik hier zitten naar zelf een plek kiezen. Gezellige caféavond gevoel, samen verhalen vertellen en samen lachen.
De afwezigheid van de cipier.
Dit is de interventie die ik gedaan heb. Wat is dan het vervolg voor u?
Volgende sessie, meer verbreding opgezocht binnen de humor context. Fragmenten getoont en samen geïmproviseerd. Die deden allemaal gewoon mee? Klopt. Geen impulsen moeten geven rond improvisatietheater? Niet nodig, gewoon plezier maken.
Daaruit kwam het idee: nu is er plezier, nu is er vertrouwen, nu is er goesting. Dan volgende stap: post-its op tafel en verbanden zoeken, laten zoeken. Daaruit vloeiden 3 hoofdideeën, en wat rest. Ook hier de rol van deel van de groep, samen laten beslissen, niet leidend.
Daaruit een scène abstaheren. 4e sessie, die 4 ideeën, rond brainstormen en uitbreiden. Dan moeten de scènes nog gemaakt worden.
Dat spelen ze dan voor?
Elkaar. Keuze van de groep. Zelf laten kiezen. en voor elkaar gespeeld.
8 sessie dus nu al gedaan.
ACTIE:
Maak duidelijk waarom de ene sessie de andere opvolgde. Wat is het verband plus ook terugkoppeling.
Nu is het idee om eerst wat tussenconclusies te vormen om dan gericht vragen te stellen in een afsluitend interview.
Wat zijn tussenconclusies.
Kritisch bewustzijn aan de hand van humor. Ja. denk term lossen.
Kan Humor dit onvermogen voor gelijke kansen overstijgen?, zet humor iedereen op dezelfde lijn? Biedt iedereen gelijke kansen aan?
Maar hoe toets je dat af met hen? Want op het moment dat je dit expliciet vraag, kan je geen objectief antwoord meer krijgen. Hoe formuleer je die vraag?
Kan je hen confronteren met bepaalde uitspraken? Hoe zien jullie dat? Hebben jullie vrijheid van geest? Zijn er momenten dat dit wel tot uiting kwam? En hoe binnen die 8 sessies? Dan pakt ge ze op een gelijkwaardige manier mee in uw onderzoek.
Is er een stuitereffect geweest? Is er iets blijven hangen, hoe is dat geweest? Daaruit volgt een risico van heel brede of vage antwoorden te krijgen. Op zich is 8 keer 2U ook niet veel.
Wat heeft dit echt voor u betekend die sessies? Keek je er naar uit? Was het spijtig dat het gedaan was? Waarom?
Toffer om 2u te spelen, dan 2u alleen of met twee in de cel te zitten.
Eerste motivatie is toch wel even weg zijn, maar dan bleven ze wel komen…
Ook een belangrijke vraag: wat heeft u gemotiveerd om te blijven komen naar de sessies.
Vragen stellen op de drie vlakken: Uw onderzoek, hen en mezelf. Als ge te veel blijft hangen op de humor of de vrijheid ga je misschien niet de antwoorden krijgen waar je zelf iets mee kunt doen.
ACTIE:
Belangrijk om ze ook als onderzoeker mee te betrekken in mijn onderzoek.
De drie vlakken betrekken binnen de data-analyse/conclusie. Niet enkel blijven steken bij de onderzoeksvraag, maar breder inzetten.
Kritische reflectie: Ik heb dit ervaren, maar komt dit door humor, of komt dit door mijn tussenkomst, of ik ben eens uit de cel. En dan kunnen ze dit misschien ook bereiken door andere zaken.
Wat is het verschil tussen mijn artistieke interventie of een voetbalmatchke?
En krijgen ze niet net vrijheid van geest louter omdat ik hen behandelde als mens/gelijke/losstaand van het gerecht, als buitenstaander even plezier beleven?
Maar gelijk zal ik nooit zijn, want ik kom van buiten en ga terug naar buiten.
Wat ervaren de andere docenten daar? Hetzelfde? Want als mijn humor niets verschilt met wat een sportcoach, schaker, lezen... daar meemaakt, wat heb ik dan gedaan? Dit is cruciaal in het beantwoorden van je onderzoeksvraag.
ACTIE:
Andere docenten gaan bevragen.
Waarom die 8? Sommigen die wouden, maar niet mochten? Dit was geen vrije beslissing. Ook interessant.
Subject vs object? In hoeverre kan je hen helpen om dat subject te zijn? Ik wil graag meedoen, maar neen, sorry, gij niet.
Angst, ik hoor je super interessante zaken benoemen, maar blijf zoeken naar meer, zodat het niet te vlak gaat worden. Niet te eenzijdig. Durf er dieper induiken. Wat is vrijheid dan in dit specifieke geval? Hoe wordt hun vrijheid toch beperkt? En hoe zit het met de vrijheid op het moment dat ze het ontspan-lokaal binnen komt? Hoe zorg ik voor vrijheid?
Verhaal van X die me vastgreep in een sessie. 2 interessante zaken. Ge verteld wat het met u niet heeft gedaan. Maar wat heeft het met hem wel gedaan? Als hij schrikt is dat niet uit zichzelf dat hij zo reageert, die mannen zijn niet bang om iemmand vast te pakken, maar vanuit de context van ik zit in de gevangenis. stel dat Maarten klikt, dan zit ik misschien straks vast in de isolatie. Ik verschoot niet, en hij wel omdat ik niet verschoot. Maar hij is niet vrij om te reageren. Er kunnen consequenties aan vasthangen voor hem.
Wat heeft de theater didactiek in de kern met hen gedaan? Want als ik zou reageren vanuit een afblokking, dan is het spel vertrouwen weg.
Is humor dan zo belangrijk? In uw aanpak zit al een enorm grote nood aan vrijheid.
vrijheid is een stuk u creativiteit durven inzetten, maar ook de context ernaar zetten.
De afhankelijkheid binnen de vrijheid is ook een interessante piste. Ik heb geprobeerd om hun afhankelijkheid van mij op een stukske los te laten, op gelijke voet behandelen, maar toch blijven ze afhankelijk van zoveel andere factoren. Van mij, van de cipier, van de rechter, directeur. Wat wil ik die mannen vragen om duidelijkheid te krijgen.
Kan ook de onderzoeksvraag neerploffen. Wat vind ge hier van?
Waarom wilden ze niet spelen voor de medegedetineerden? Te kort dag, 8 sessies, onzekerheid, humor spelen is echt niet gemakkelijk.
Wanneer durf ik lachen met vastliggende structuren. De beslissing nemen: hier ga ik nu eens mee lachen.
Ze nemen een stuk vrijheid in humor en ze krijgen een stuk vrijheid in humor.
Momenteel nog veel los zand.
ACTIE:
Blijf verbreden. Blijf nieuwsgierigheidsvragen zoeken en beantwoorden. En koppel ze aan elkaar.
Binnen de kritische reflectie kan wel het thema, was humor nu de echte leider in dit onderzoek? De echte methode?
Kritische reflectie is ook: ik heb het concept vrijheid in de vraag gezet, maar eigenlijk wist ik nog te weinig wat dat echt betekende. Wat is er nu gebeurd in dat proces?
ACTIE:
Kritische reflectie is echt een terugkijken op heel het proces.
Sleutelwoorden:
verbreding
bewustwording
interview
eigenaarschap
Wat neem ik mee en wat laat ik los?
- Mijn analyse voor mijn rol binnen de co-creatie mag nog verbreedt worden. Denk na over de vragen. Wat was de aanleiding? Waarom dit gevolg.
- Je data-analyse verbreden: uit dit gesprek vloeiden al veel vragen die interessant zijn om te onderzoeken.
- Houvast creëren door de ideeën en pistes als basis te gebruiken om verder op te borduren.
- Wel al veel interessante pistes.
Dit gesprek richtte zich vooral op tips om het onderzoekend vermogen aan te wakkeren.
- Algemeen: Wat is onderzoek?
- Dat is een antwoord formuleren op jouw nieuwsgierigheidsvraag. Ik weet dat ik nog daardoor en daardoor moet, en daardoor kan ik hier op verder werken.
- Kijk eens naar je onderzoek, ga ik het onderzoekend vermogen binnenbrengen als verworven competentie ja of neen?
- Wat is de essentie van het onderzoek geweest? Wat ben ik te weten gekomen. Ik doe dit niet en ik doe wel dit, waarom? Waarom doe ik mijn onderzoek? Hoe heb je dat gedaan? Wat heb je tot nu toe al ondervonden?
- Waar is je onderzoek mislukt (groot woord, andere wending ontvangen?)
Ik denk hier meteen verder over na. Een deelnemer die wegmoest, overgeplaatst naar een andere gevangenis? Wat heeft dat gedaan met je onderzoek? Met de cocreatie? Met de vrijheid van geest?
- Leestip: lezen Martha Nussbaum: niet voor de winst.
Opdracht: Stel je voor dat je op straat iemand tegenkomt en heel snel je onderzoek moet toelichten. Wat zeg je?
=> Geef weer aan de ander wat je opvalt positief en geef een tip mee.
Hieruit kreeg ik volgende opmerkingen:
- Men is erg enthousiast over het humane karakter van mijn benadering. Ethisch luik.
- Chapeau voor de gekozen context
- Tip maak het niet te theatraal, blijf alert voor objectiviteit.
Wat neem ik hieruit mee:
- Handige tools om het onderzoek concreter vorm te gaan geven.
- Blijf alert voor objectivering
Wat een mooi onderzoek
Gesprekspartner: Jos van Hest, Managing Director Fine Arts, Fontys Hogeschool voor de kunsten.
Jos begint het gesprek met een kleine voorstelling. Ik begrijp de link met mijn kunsteducatief onderzoek.
Ik neem hem mee in mijn reis doorheen mijn onderzoek en in de afwerkende fase van mijn onderzoek. Jos wordt heel enthousiast van mijn onderzoeksvraag en ook van wat ik in mijn onderzoek gedaan heb.
Ik vraag hem om me wat kritsiche vragen te stellen om zo misschien blinde vlekken te laten ervaren. Dit kan me ook helpen om men kritische reflectie verder uit te diepen. We linken samen de ontstane creativiteit binnen dit onderzoek aan de tijd, verveling en leegte in de cel. Kunsteducatie kan hier nog iets van leren.
ACTIE
Deze ontstane link uitbouwen in de kritische reflectie.
Ik vraag hem hoe ik, vanuit een feedback opgedaan verbeterpunt, de lijkende subjectiviteit in mijn onderzoeksregistratie door onder andere mijn lyrische schrijfstijl zou kunnen counteren. Hij snapt mijn dilema, maar benadrukt dat het een kwalitatief onderzoek is, dat ik er zelf bij betrokken ben en het dus ook zelf uitschrijf vanuit mijn observatie. Hetgeen ik zou kunnen doen, is om de bevindingen te laten lezen aan de gedetineerden en dit dan terug te koppelen.
ACTIE
Ik zal de scènes samen met de doelgroep retro-reflectief analyseren.
Laat je beperkingen die je tegenkwam in je onderzoek niet de reden zijn om het onderzoek niet te doen.
ACTIE
Dit idee integreren binnen de kritische reflectie.
Hij haalt ook aan dat het educatieve binnen dit onderzoek net is dat ik die interventies met een doel heb gehouden, om hen een stapje verder te brengen. Net die intentie is pure educatie.
Hij sluit af met de vertrouwende woorden, voor mij ben je meer dan geslaagd. Dat doet deugd om dit te horen.
Sleutelwoorden:
- Vertrouwen
- verveling
- creativiteit
- terugkoppeling
Wat neem ik mee, wat laat ik achter?
- Ik put vertrouwen uit dit gesprek dat dit onderzoek toch de juiste kant op ging.
- Ik krijg inzichten hoe ik door terugkoppeling de subjectiviteit die nu soms lijkt door te schemeren kan ontkrachten.
- Ik ga samen met de gedetineerden in plaats van een verdiepend interview, ook de scènes gezamenlijk analyseren.
- Ik neem veel input mee om mijn kritische reflectie uit te diepen.
Humor is als een diamant in elke relatie.
Gesprekspartner Laura Sobral (https://www.laurasobral.com/english)
Ik startte het gesprek onmiddellijk in de actie. En duidelijk ook onmiddellijk met best een hoge dosis zenuwen. Er was ons ook als tip meegegeven om het maximale uit deze gesprekken te halen. De druk ligt hoog. Redelijk naïef dook ik het gesprek in, met een open vraag: wanneer voelde jij je het meest vrij tot nu toe? Het antwoord was als kind en als backpacker.
Maar al snel werd duidelijk dat het leven zoals het nu is zeker niet meer vrij is. Kapitalisme, ouderschap, … vrijheid is een illusie. Aldus Laura.
Ze zegt op een gegeven moment in het gesprek: "Vrijheid hangt samen met niet gehecht zijn.” Dus als je echt vrij wilt zijn, mag je niet gehecht zijn. Gehecht aan wat? Materie? Relaties? Geld? Wetten?
Tot nu toe had ik eigenlijk vooral het gevoel van eigen vrijheid beschouwd, maar sloeg ik de stap, om mijn eigen onvrijheid in kaart te brengen, over.
ACTIE:
Waar ligt de onvrijheid voor mij en waar zou die voor de anderen liggen?
Op een gegeven moment herfraseert ze ook mijn term vrijheid naar ‘innerlijke vrijheid’. Deze term klopt inderdaad meer bij wat ik wil onderzoeken.
ACTIE:
Maar wat is dat dan innerlijke vrijheid?
Om deze innerlijke vrijheid die ik zelf ervaar door kunst vanuit humor te creëren, proberen te delen is zeer genereus, merkt Laura ook op. Maar anderzijds onderstreept ze ook een twijfel die ik zelf ervaar. Ik ervaar deze ‘innerlijke vrijheid’ bij het creëren van humor, maar daarom is dat misschien niet voor iedereen hetzelfde. En toch voelt humor voor mij net aan als een tool om de wereld rondom ons anders te gaan bekijken. Vrijer te gaan bekijken.
Verder in het gesprek werd de methodologie even kritisch bekeken. Enkele tips die ze meegaf:
TIPS
- Data verzamelen doe je best niet zomaar, maar blijf steeds in je achterhoofd houden wat je juist met die data wilt doen.
- Als je interviews afneemt kan je hen best al wat leiden binnen een vocabularium, dan gewoon te interviewen. Op deze manier zal je waardevollere antwoorden krijgen.
- Een eerste interview kan zeker bestaan uit slechts 3 open vragen.
- Ze onderstreept ook het belang om een vertrouwensband op te bouwen met de doelgroep. Behandel ze vooral als mensen. Wees transparant.
- Focus ook niet zozeer op hun gedrag, dat is meer psychologie, maar eerder op hun emoties.
Daarnaast gebruikte ze op een gegeven moment een mooie metafoor:
Humor is als een diamant in elke relatie.
Als je samen ergens om kan lachen geeft dat meteen een gevoel van connectie. Dit is dan ook een sleutelwoord binnen mijn onderzoek.
ACTIE:
Hoe bouw ik die connectie op. In dergelijke context zal vertrouwen misschien niet zo makkelijk zijn? Kan ik überhaupt oprechte connectie voelen met een gedetineerde, met iemand die om een bepaalde reden uit de maatschappij gezet wordt?
We sluiten het gesprek af met de volgende conclusie: Verandering onderzoeken in hun innerlijke vrijheid status, zal waarschijnlijk echt een onderzoek worden naar heel subtiele waarnemingen.
Sleutelwoorden voor mijn onderzoek uit dit gesprek:
Humor
vrijheid
connectie
empathie
gehechtheid
menselijke gevoelen
menselijke relaties
Wat neem ik mee uit dit gesprek, wat laat ik achter:
- Ik moet naast wat vrijheid van geest betekent ook onderzoeken wat gevangenschap betekent. Hieruit volgde een theoretische verkenning en ook de nood om op voorhand mijn context, de gevangenis, te gaan verkennen. Dit bracht waardevolle inzichten op naar wat vooral begrenzing van vrijheid met zich meebrengt.
- Ik moet de term vrijheid specifieker krijgen. Mijn onderzoeksvraag nog meer verfijnen.
- Hoe bouw ik connectie op met een doelgroep waar ik in eerste instantie weinig tot geen overeenkomsten mee heb. Zijn ze wel geïnteresseerd om met cultuur te werken? Hieruit volgde de nood om Freire’s pedagogy of the oppressed te gaan lezen.
- De gegeven tips neem ik ter harte. Edoch twijfel ik over de transparantie binnen mijn onderzoek, beïnvloed ik niet juist de resultaten als ik onmiddellijk benoem waar dit onderzoek over gaat?
Het valt meteen op dat
de gedetineerden
de tijd van hun leven hebben.
gesprekspartner: Tanya Hermsen, artistiek coördinator bij theater Antigone.
Ik begin het gesprek weer met een korte pitch van mijn onderzoek en de stand van zaken.
Het valt me op dat mijn fascinatie voor de buitenkant van de maatschappij alleen maar gegroeid is door nu al twee sessie gegeven te hebben. Je kan een maatschappij pas echt kennen als je de buitenkant ook meeneemt.
Maar daarnaast komen nieuwe termen oppoppen. Dehumanisatie is er één van. Ze worden gelost voor de wandeling met de omroep: lossen wandeling.
Ik bots met de grotere vorm van beperkingen als onderzoeker binnen detentie. Beleefdheid om elkaar te laten uitpraten is onbestaande. Extra beïnvloedbare factoren, één van de deelnemers heeft behoorlijk narcistische kenmerken, er mag geen video-beeld gemaakt worden, enkel audio. Geen extra observator, taalvaardigheid van de deelnemers,...
Daarnaast blijft de moeilijkheid de dualiteit van rol als kunstenaar en onderzoeker die tegelijkertijd valt. Concrete vraag: tips om hiermee om te gaan?
En eventuele tips om data te abstraheren uit de sessies.
Antwoord:
Het valt meteen op dat de gedetineerden de tijd van hun leven hebben. Jij komt binnen, geeft ze een andere kijk op de situatie, ze kunnen dat verwerken, ze kunnen dat met humor oppakken, dat is echt de sterkte van die sessies. Maak binnen jouw methode ongelooflijk duidelijke regels waar zij zich aan moeten houden (dit is hun waarschijnlijk ook niet vreemd) Geef iedereen misschien een functie. Maak een structuur waarin jij je goed voelt. Laat ze zelf mee bepalen? Zet ze ook mee in tijdens jouw onderzoek. En geef ze zelf die verantwoordelijkheid.
Ga misschien ook doelstellingen bepalen per sessie: dit wil ik bereiken en heb ik dit dan ook bereikt?
Ook bijvoorbeeld stilte voor opname vragen…
ACTIE:
Meer nadenken over de structuur binnen de sessies. Iets strakker gaan bepalen?
De vraag komt of er een klankbord is in de gevangenis? Dit is een pijnpunt. Mijn critical friend is zeker beschikbaar, maar loopt zelf over van werk en is daardoor niet aanwezig bij de sessies, daar waar ik dat oorspronkelijk wel dacht.
Ga even op zoek naar een tweede persoon in de gevangenis.
ACTIE:
Toch aandringen op extra observator.
Dan volgt er een opsomming van acteurs/theatermakers die me voor zijn gegaan en ook samen met gedetineerden theater hebben gemaakt. Zij kunnen me misschien nog tips geven.
Tom Dupont: specialist hoe je binnen een gevangenis maakt? Hij kan je misschien nog tips geven…
Tania Oostvogels: zeer pedagogisch. Heeft de schrijverssessies gedaan.
Sarah Van Hee eventueel?
Silke Thorez
ACTIE:
Proberen in contact te komen, misschien vooral in de conclusiefase als ondersteuning?
De vraag komt: Wat wil je met die audiodata doen? Transcriberen? Gedeeltelijk.
Volledig transcriberen is niet de moeite , beperk je tot de onderdelen waar je echt iets mee gaat doen.
ACTIE:
Nadenken hoe je die audiobestanden gaat aanpakken nadien.
Uit het gesprek komt ook de volgende conclusie: er heerst profileringsdrang in de groep.
Wel heel fijn dat je kritische vragen stelt tijdens de sessies. Waarom is dat dan humor?
En dan zegt ze: Bij humor zit altijd een kant, die heel dicht bij de mens zelf komt, bij verdriet of frustratie, angst, … maar deel je dit zo gemakkelijk in groep? Dit is een mooie om mee te nemen binnen mijn analyse.
ACTIE:
Hoe verraadt humor dieperliggende emoties?
1 op 1 gesprek kan hier de oplossing zijn om dit te gaan onderzoeken. Nadien interview zeker doen. Je kan ook x-aantal vragen opstellen en ze zelf laten kiezen op welke vraag ze graag willen antwoorden.
7 minuten is een goede timing voor een interview.
Vertrouwen winnen en krijgen is ook een sleutelmoment in dit gesprek. En een compliment dat me dat in twee sessies al gelukt is. Daardoor is het misschien ook net een sterkte dat ik daar alleen zit, authentiek, vrij…
Ik krijg het compliment dat dit een zeer inspirerend onderzoek is.
Waarschijnlijk is het onderzoek niet afgerond aan het einde van deze periode.
ACTIE:
Pluim aan mezelf. Angst om een extra observator mee te nemen en deze fase dan opnieuw te moeten doen.
Dan wordt hoger gegeven tip van structuur toch iets meer onder de loep genomen. Zo een harde structuur/kader is niet echt mijn stijl. Door een iets chaotischere geest, die voor haar ook echt herkenbaar aanvoelde, werkt de structuur van hogerop misschien niet ten top. Er moet altijd voorkeur gegeven worden aan het authentieke. In dat geval is het misschien eerder handig om elke sessie iets vroeger te stoppen om dan samen met de deelnemers even terug te kijken naar de sessie. Jezelf luidop horen praten helpt om alles wat frisser te structureren en hierdoor ook een duidellijke vraag naar de deelnemers te formuleren. Heb ik bereikt wat ik wil. Heeft het nu gewerkt.
ACTIE:
Elke sessie eindigen met een open reflectieve vraag.
Voorts krijg ik nog enkele tips mee:
- Vooral als maker daar zitten, en minder als onderzoeker. Hun drijfveer is zeker niet het onderzoek, maar wel het artistieke.
- Valkuil: het artistieke is enorm aanwezig waardoor het onderzoekende wat ondergesneeuwd wordt. Daarin jezelf dwingen om het onderzoek ook te laten leiden. Wat maakt dat ik bekom wat ik wil hebben? Doelstellingen, op tijd stoppen…
- De filosofie achter vrijheid van geest delen met de doelgroep. Laat hen maar even meefilosoferen.
sleutelwoorden:
dehumanisatie
structuur
doelstelling per sessie
extra observator
humor en emotie
vertrouwen
profileringsdrang
Wat neem ik mee en wat laat ik achter:
- De vastere structuur neem ik gedeeltelijk mee. Vooral dan binnen het bepalen per sessie wat mijn doel is en hieraan vast houden. Minder tijdens de sessies echt een streng kader gaan creëren waarbinnen ze kunnen bewegen want is dit dan net niet het tegenovergestelde van wat ik wil bereiken, die innerlijke vrijheid van geest?
- Een extra observator zal ik toch zoeken, misschien niet voor elke komende sessie, maar op zijn minst toch voor enkele sessies.
- De extra critical friends zou ik graag betrekken.
- Humor ook als methode bekijken om onderliggende emoties te zoeken. Wat verraadt humor is een mooie bijvraag.
- Elke sessie eindigen met een open reflectief moment.
Tijdens de datadriedaagse stelt Anke mij de vraag:
Hoe ga je de sessies in de gevangenis afsluiten?
Ik moet toegeven dat ik daar nog niet over had nagedacht. Mijn ethische alarmknop gaat af. Ik moet dus dringend nadenken hoe ik die sessies afsluit.
Ik dring binnen in hun levens, hoe ga ik daar dan weer weg?
Momenteel beteken ik heel erg veel voor hen voel ik, ze vertrouwen mij. Zal ik de zoveelste persoon zijn die hen in de steek laat? Dat mag ik echt niet laten gebeuren.
ACTIE:
Denk aan closure.
Elk idee is waardevol.
gesprekspartner: Jordi Pérez (https://jordiperez.net/formation-and-research/)
Ook hier startte ik meteen met de deur in huis en met dezelfde vraag: Wanneer voelde jij je het meest vrij tot nu toe? Hij reageert vrij gelijkaardig met mijn ervaringen. Als hij creëert.
Na het horen van mijn onderzoek moet hij denken aan een Franse film waar hij de naam niet meer van wist. (Un triomphe, blijkt uit later onderzoek). Over een uitgebluste theatermaker die in de gevangenis met gedetineerden theater gaat maken. Dit was erg succesvol en gaat uiteindelijk ook met deze gedetineerden op tournee. Maar eenmaal op tournee proeven ze van de vrijheid en slaat de harde realiteit des te meer in bij terugkeer naar de gevangenis. Uiteindelijk besluiten ze om na een voorstelling te ontsnappen.
ACTIE:
De film opzoeken en het besef dat grijze bronnen zeker ook inspiratie kunnen opleveren.
Verder in het gesprek spreekt hij over een methode die hij zelf ook toepast binnen zijn werk als onderzoeker/theatermaker in de zelfkant van de maatschappij. Hij start eigenlijk altijd met een groepsgesprek. Niet als buitenstaander, maar meteen als deel van de groep. Deze methode spreekt me wel aan, zeker ook met de opgedane inzichten uit vorige gesprekken waaruit blijkt dat connectie echt wel noodzakelijk is om dergelijke onderzoeken te vervolledigen.
Hierin schuilt wel een valkuil: probeer een sfeer te creëren waarin iedereen rustig naar elkaar luistert en anderen ook laat uitspreken. Er zijn altijd mensen die graag en veel spreken. En omgekeerd zijn er ook altijd mensen die zichzelf juist wegcijferen, probeer deze dan actief mee te trekken in het gesprek.
ACTIE:
Hier moet ik nog over nadenken hoe ik dit dan het best aanpak. Hoe zorg ik ervoor dat iedereen actief betrokken wordt?
Daarnaast zegt hij om ook vooral te letten op non-verbale signalen. Observatie zal dus een erg belangrijke methode worden. Misschien zullen de non-verbale communicatie signalen uiteindelijk belangrijker worden dan wat ze echt zeggen. Vooral omdat er binnen deze specifieke context nogal een drang heerst om erbij te horen, op te vallen, stoer te doen…
ACTIE:
Non-verbale communicatie onderzoeken.
Daarnaast geeft hij nog wat tips om de co-creatie aan te gaan:
TIPS:
- Maak duidelijke regels vanaf het begin. bv; Elk idee is waardevol. Eenmaal een idee geopperd is, wordt het een idee van de groep, dus dan kan dat idee nog veranderen en moet je jouw idee niet nodeloos blijven verdedigen.
- Maak de structuur duidelijk: bij een co-creatie is iedereen gelijk, ook de opdrachtgever (ik dus in dit geval).
- Denk na over je specifieke rol doorheen het co-creatief proces.
- Geef steeds een opdracht en vraag om de opdracht volledig te omarmen en geef nadien (pas) ruimte om te ventileren over de opdracht.
Hij geeft ook aan zelf af en toe voor een muur te staan binnen cocreaties als het te veel vanuit het hoofd wordt benaderd en te weinig vanuit het hart. Dus wakker vooral het hart aan.
ACTIE:
Hoe ga je je rol binnen de co-creatie vorm geven?
Daarnaast hou je best rekening met de persoonlijke blokkades. Gedetineerden zijn misschien niet klaar om hun hart open te zetten voor innerlijke vrijheid. Ze zijn misschien nog te veel bezig met wat hen daar houdt. Maar maak wel duidelijk dat de sessies geen therapeutische insteek hebben, maar een artistieke.
Educatief is het ook interessant om verschillende stijlen humor aan te reiken via youtube bijvoorbeeld.
Sleutelwoorden uit dit gesprek:
praktijk methodologie
cocreatie
vrijheid
(non-verbale) observatie
structuur
Wat neem ik mee en wat laat ik achter:
- Ik bekijk de film waarvan sprake. Je ziet de rol van de acteur/regisseur die de gevangenis in gaat om met gedetineerden een voorstelling te maken best wel afzien in het begin, hij was absoluut niet meteen deel van het geheel, botste tegen veel vooroordelen (langs twee richtingen) en moest best wel overtuigingskracht toepassen alvorens hij het vertrouwen had van de groep. Daarnaast zette de film (misschien dramatisch uitvergroot) ook in op het onvermogen om emoties te verwerken. Dit zet me wel aan het denken. Wat ga ik daar juist teweegbrengen? Hoe ga ik om met hun welzijn? En uiteraard komt de twijfel terug naar boven: Ga ik dat wel kunnen?
- Ik moet iedereen actief betrekken bij het proces. Hieruit volgt het idee om bij de brainstormfase met post-its te werken.
- Non-verbale communicatie onderzoeken. Dit doe ik vooral als acteur/docent. Als acteur ben je namelijk heel de tijd aan het observeren, naast de scène als inspiratie om personages te vormen, op de scène om zo open mogelijk te staan naar je medespelers en hierdoor natuurlijk en authentiek kunt reageren. Ik onderzoek deze kwaliteit samen met mijn leerlingen door met hen een lessenreeks rond non-verbale communicatie te doorlopen.
- Ik moet inderdaad goed nadenken hoe ik mijn rol ga vorm geven binnen de co-creatie bij elke fase binnen mijn praktijkonderzoek.
Laat ze zelf reflecteren over de concepten.
gesprekspartner: Job Balk https://www.mk24.nl/author/job-balk/
Het gesprek begint meteen met humor, Job moest lachen met mijn plotse verschijning op het scherm. In humor is timing alles. De toon is gezet.
Na een korte inleiding komt meteen een vraag. Heb je specifieke vragen?
Ik vraag hem naar mogelijkheden om data te verkrijgen die wat meer gegrond zijn dan enkel mijn eigen subjectieve interpretatie. De situatie is namelijk zo dat ik tijdens mijn sessies alleen aanwezig ben met de 8 gedetineerden. En enkel geluidsopnames mag maken, geen beeld, maar dat ik merk dat deze geluidsopnames nogal chaotisch zijn doordat 8 deelnemers door elkaar heen praten, vooral uit enthousiasme en ze elkaar niet even laten uitpraten.
Mijn methode momenteel is meteen een braindump na elke sessie en twee dagen later herlezen en extra gedachten erbij noteren.
Maar: Hoe zit dat met de evidence based? Methode aanpassen?
Antwoord: In de vraag zelf zitten veel subjectieve onderdelen. Heb je die onderdelen gedetailleerd via literatuurverkenning?
Wat humor betreft is het vrij/persoonlijk… hun humor is leidend.
Vrijheid van geest is filosofisch onderbouwd. Arend, Nussbaum, Freire.
Terug naar die escapisme neigen. Het wegvluchten van de realiteit tijdens de sessies merk ik toch ook al op.
Je moet die termen operationaliseren. Hoe kan je meten of er humor wordt gebruikt als je humor niet definieert. Hierdoor kan je concepten gaan creëren die wel objectiever zijn. Hierdoor kan je gerichter luisteren naar de opnames. Hierdoor wordt het ook evidence based.
Dus het gaat hier eerder over het concept humor dat je best vastlegt/ afbakenen.
ACTIE:
Uit je theoretische verkenning, termen halen om de audiobestanden op te gaan structureren. Dan is het niet enkel mijn gevoel, maar ondersteund door literatuur. Haal het subjectieve uit je vraag door dit te operationaliseren.
Je kan ook na transcriptie open coderen. Een herhaling zien die terug komt.
Je kan ze ook zelf laten schrijven/reflecteren en dat meenemen als data. Dat is een Learner report. Dit kan met open en gesloten vragen.
Laat ze zelf reflecteren over de concepten.
Ook bv die term escapisme: verdeel deze term in stukjes, en dan pas zoeken, ervaar je dat?
Een open doel per sessie gaan definiëren kan hierin zeker helpen. En daarmee zet je de sessie ook niet vast, maar geef je juist richting aan de sessie.
Maak een lijstje van wat wil ik terug zien? Om er grip op te krijgen.
Hieruit volgt een hoofdvraag met deelvragen.
ACTIE:
Een doel per sessie gaan bepalen en hieruit op het einde van elke sessie even een reflectiemoment creëren.
Tweede grote vraag is de worsteling met de dualiteit van enerzijds kunstenaar en anderzijds onderzoeker op hetzelfde moment.
Dit is voor Job heel herkenbaar. Een workshop leiden en observeren tegelijkertijd is ook bijna niet te doen. Die geluidsopnames zijn daardoor wel al een hulp of toch een externe observator meenemen. Wederom operationalisering van de termen is dan erg handig.
Anders andere instrumenten om data te gaan analyseren: bv learning report. Wat heb je geleerd en waar komt dat door. Maar kan ook multiple choice of stellingen waar ze op moeten reageren of heel open. Maar dan de vragen beperken. Die een antwoord formuleren op je vraag. Hierdoor laat je je doelgroep zelf reflecteren over wat ze gedaan hebben.
Tip: formuleer heel simpele vragen. En binnen jouw context misschien ook eerder mondeling.
ACTIE:
Het learner report bekijken en bestuderen en proberen toe te passen.
Het gesprek eindigt ook met het concept humor omdat Job aangeeft dat hij niet zou kunnen samenwerken met mensen die geen humor hebben. Voor hem is het echt een manier om met mensen contact te maken, een voorwaarde om samen te leven.
Sleutelwoorden:
operationaliseren
learner report
humor
reflectie
escapisme
Wat neem ik mee en wat laat ik achter:
- Het subjectieve vermijden door je theoretisch kader te gaan operationaliseren. Hieruit deeldoelen gaan filteren per sessie.
- Het learner report gaan toepassen, zelfreflectie uitlokken. Op het einde van elke sessie een reflectief moment inlassen.
- Voor eindinterview hierop je vragen enten.
- Escapisme is back in the game.
Het antwoord is er,
ik heb het nog niet,
maar het is er.
gesprekspartner: Ben Hekkema (https://www.benhekkema.nl/)
Ik voel me vastlopen op de term vrijheid. Hij is contradictorisch te vrij om echt te vatten. Ik gebruik dit gesprek om even te sparren over deze term. Filosofisch en vrij. Al snel ontstaan er meer vragen, maar ook enkele inzichten.
We komen uit op volgend besef: vrijheid bestaat enkel bij gratie van begrenzing.
Vragen die hierbij oppoppen zijn: Waar ligt dan die grens? En waar kan de humor deze grens gaan benaderen?
Wil ik wel onderzoeken of ik vrijheid kan gaan losweken? Neen, ik bedoel absoluut niet de letterlijke betekenis van fysieke vrijheid, maar ik wil die innerlijke vrijheid gaan aanwakkeren. Al snel volgt de term vrijheid van geest. Misschien benadert deze term nog juister wat ik bedoel met die innerlijke vrijheid.
En is humor dan altijd onlosmakend vrij van geest? Is humor ook niet beperkt binnen de begrenzing van de maatschappelijk verantwoorde thema’s? (Ik denk hierbij aan het programma taboe van Philippe Geubels die net onderwerpen gaat zoeken waar humor over maken taboe is). Wat met de woke-beweging.
Of is humor net het middel om de controverse bespreekbaar te maken. Om net wel die vrijheid van geest aan te wakkeren?
ACTIE:
Kan humor elke grens overwinnen? Is humor overal wel toepasselijk?
TEGENSTEM:
Wanneer kan de humor net niet meer… Zijn er dingen die niet gezegd kunnen worden, en zeker binnen de context van de gevangenis?
Ik zoek nog steeds naar de verschillende rollen binnen mijn co-creatie.
Wat is precies participatie?
Beschrijf de relatie tussen kunstenaar en co creator.
ACTIE:
Vergeet je rol als kunstenaar ook niet binnen dit traject.
In dit gesprek komt ook naar voor om de context goed te gaan beschrijven voor de onderzoeksregistratie. Zeker na de ervaring van het eerste bezoek in de gevangenis.
ACTIE:
De context beschrijven.
Het gesprek eindigt met de opbeurende woorden van Socrates ideologie:
Het antwoord is er, ik heb het nog niet, maar het is er.
Sleutelwoorden:
vrijheid
begrenzing
taboe
kunstenaarsschap
Wat neem ik mee en wat laat ik los?
- Ik laat het enigma rond waar humor de grens raakt los. Ik besef dat ik niet zozeer humor ga onderzoeken, ik wil niet gaan bepalen wat humoristisch is. Ik ga ook niet zelf sturen binnen de humor, ik zal de humor uit hen laten ontstaan en daarop verder bouwen. Dus heeft het geen zin om te onderzoeken of humor elke sociale grens van taboe kan overwinnen.
- Ik zoek niet alleen naar mijn onderzoekende rol binnen de geplande co-creatie, maar ook naar mijn kunstenaarsrol. Welke zijn de verschillende posities als kunstenaar die ik zal aannemen? Waarom? En wat vind ik hier van en wat doe ik daar mee? Wat bied ik hen?
- Ik probeer de context op een zo objectief mogelijke manier in kaart te brengen, valkuil hier is wel de emotionele impact van de context.
Daarnaast maak ik zelf nog de bedenking na dit gesprek:
Een kunstenaar komt de gevangenis binnen als representant van de vrije wereld en gaat daar binnen de vraag stellen rond vrijheid, door heel veel vrijheid te bieden binnen de cocreatie en de participatieve vorm en dit alles via humor…
Op veel manieren bied ik dus eigenlijk ook een vrijheid aan, aan die mensen. Een vrij kader om in te denken…
Is het dan de humor die zorgt voor vrijheid van geest, of de participatieve co-creatie?
Dit alles leidt tot een verschroeiend besef: Wie ben ik om het in die context te hebben over vrijheid? Wat een pretentie…
Maar net deze vraag is misschien de meest ethische vraag die ik me tot nu toe stelde.
We houden een korte pitch van waar we nu staan binnen ons onderzoek. Ik verdwaal eventjes in mijn filosofische benadering van vrijheid van geest en merk dat dit niet zo helder is voor iedereen in de groep. Als ik hen de vraag stel wat voor hen die vrijheid van geest zou kunnen betekenen krijg ik weer erg praktische antwoorden als lijstjes kunnen afvinken of één zijn met de natuur. Na deze pitch komt de gespreksleidster/moderator even naar me toe: Je uitleg over vrijheid van geest was mooi, maar moeilijk. Daardoor gaf je vraag je niet de nodige uitkomst. Ik sta dus voor de uitdaging om mijn filosofische benadering van vrijheid van geest simpel en helder te krijgen.
Ik hoor me tijdens mijn pitch praten over mijn eerste ervaring binnen de muren, binnen de gevangenis en voel dat dit toch een grote emotionele impact had. Ik liet me een 30-tal minuten opsluiten in een cel om zelf te ervaren wat het doet met een mens om opgesloten te zitten. Ik maak er de terechte zijnoot bij dat het enge gevoel dat ik daaraan overhield vooral ook kwam omdat ik in iemands cel zat. Ik voelde me een echte indringer in iemand zijn leven/zijn privé. Ik moest niet op die plek zijn en het feit dat ik ook niet zelf kon kiezen om eruit te stappen voelde vies.
Daarnaast kreeg ik wel fijne toevoegingen.
Vragen en opmerkingen uit dit roddeluurtje die bleven hangen:
- Zit die vrijheid van geest niet vooral in het maak proces/ het creatieproces? In het speelse dat kunst is?
- Blijf niet te lang in de termen hangen, maar haal de lading wel van bepaalde woorden.
- Hoe ga je de co-creatie aanzetten en vorm geven?
- Maakt het aantal deelnemers uit?
- Je mag er niet zomaar vanuit gaan dat een gedetineerde niet vrij is...
- Het is bevrijdend als je lacht.
- Geef de sessies echt een duidelijke vorm en structuur.
- Denk na over het aantal deelnemers. Er zit wel een begrenzing vanuit de gevangenis om niet met groepen groter dan 8 gedetineerden te werken.
- Het maakproces is misschien belangrijker dan het uitvoeren. Hierdoor besef ik dat om echt te spreken van een co-creatie ik de vraag of we dit ook echt gaan opvoeren vrij moet laten. Ik zal dit vanuit de groep laten beslissen wat het eindpunt/eindresultaat zal zijn.
- mijn theoretisch kader moet duidelijk zijn.
Om me voor te bereiden op de sessies die komen gaan heb ik een gesprek met Britt Paquay. Zij is de verantwoordelijke binnen de gevangenis voor het vrije-tijds programma, cultuur en de bibliotheek. Zij is dus mijn rechtstreekse contact binnen de gevangenis. Het gesprek richt zich vooral op de twijfels rond hoe je best omgaat met mensen in detentie. Er wordt de nadruk gelegd op het feit dat de meeste mannen die daar zitten daar om een reden zitten. Dat ze vaak een bagage met zich meedragen en dat hun welbevinden binnen de gevangenis echt wel op de proef gesteld wordt. Hun rol binnen de maatschappij van vader, werknemer, vriend, ... is hen ontnomen en dat laat sporen na. Ze zijn dus ook uitermate blij met mijn onderzoek en met mijn houding om hen vooral ook in de eerste plaats als mens te gaan benaderen. Ik geef hen een inkijk in mijn methodologie en plannen voor de komende 8 sessies. Ze geven als tip mee om de autonomie zeker niet te schrappen, maar om me er wel van bewust te zijn dat sommigen nogal graag en veel zullen praten en als je hier geen grens op zet, het wel eens uit de hand kan lopen. Duidelijke afspraken is dus belangrijk.
Gesprek met critical friends Jo Tambuyzer en Wouter Voorspoels,
mijn twee companen binnen het cabarettrio 'Intgeniep'
20 september 2024
Ik bespreek met hen mijn plan om mijn 8 sessies vorm te geven. Overloop de verschillende stappen. Hieruit vloeit volgend stappenplan:
- 2 sessies open brainstorm. Tip: laat misschien ook verschillende humorstijlen zien via cabaretfragmenten.
- 2 sessies verdiepen rond gekozen humoristische thema's.
- 2 sessies schrijven en uitwerken.
- 2 sessies de scènes spelen. Eventueel met een toonmoment als resultaat.
Een dualiteit creëren als lyrisch stijlfiguur.
gesprekspartner: Emlyn Stam https://www.emlynstam.com/
Ik begin met een pitch: Hieruit vloeit een vraag. Het gevoel dat ik ervaar, in hoeverre kan ik dat gevoel overbrengen?
Antwoord: wat is je doel, een therapeutisch doel, of is er een breder artistiek doel voor ogen? Hoe positioneert de artistieke uitkomst hierin?
Het start echt vanuit het artistieke, ik stap er in als cabaretier, niet als therapeut. Het zal vooral gaan om het co-creatieproces te gaan analyseren.
Kijk eens naar Falk Hubner: deze heeft artistieke projecten gedaan in de medische wereld. En had dit in een grotere organisatie ingebed. Misschien is dit project ook een aanzet om in een groter project te stappen. Door bijvoorbeeld de therapeut in de gevangenis bij dit onderzoek te betrekken. Of een andere externe partij. Bekijk het als een soort opstap voor kansen naar de toekomst toe.
ACTIE:
Op zoek gaan naar een bredere context om mijn onderzoek in uit te voeren?
De vraag heerst of het misschien interessanter is om de beleving te onderzoeken van het project dan specifiek rond die vrijheid van geest te werken? Dat is al de tweede die dit concept in vraag stelt, dus misschien dit idee bijstellen? Of erg goed staven waarom niet.
Misschien moet de vraag zijn: wat is de beleving voor de gedetineerden door een co-creatie aan te gaan startend vanuit humor?
ACTIE:
Moet ik de term vrijheid van geest loslaten?
Op de vraag of de term escapisme dan misschien meer vertelt wat het eigenlijk inhoudt?
Antwoord: Neen, Escapisme heeft ook een negatieve connotatie. Heeft het niet meer te maken met beleving/bezinning? Dat maakt het makkelijker om de beleving van elk individu afzonderlijk mee te nemen in het project. Als een soort afleiding van de dagdagellijkse sleur? Want wat is anders de meerwaarde van de artistieke interventie. Kunnen ze anders niet gewoon een film bekijken.
ACTIE:
Escapisme dan toch niet?
Wat met de groepsdynamiek, omdat ze met elkaar gaan werken. Hoe is die verhouding en hoe evolueer je dat met elkaar? Dit zijn ook belangrijke parameters. Zet die ook in kaart. Dit kan waardevolle informatie opleveren.
ACTIE:
De groepsdynamiek meenemen in je analyse.
Hoe kan je objectiviteit bewaren? Een extra observator lukt niet gezien de context. Een andere techniek is echt een scheiding te creëren tussen onderzoeker en co-creator. Dus blijf tijdens de sessie echt co-creator en analyseer nadien.
Het eerste contact is het moment dat zij blanco in het project stappen. Dat is het moment dat je zegt: van hier start mijn observatie. En ook hoe reageer ik op de groep/ op het individu?
In het begeleidend schrijven zijn er ook technieken om objectivering te hanteren. Hoe ga je met die informatie om, met de data. Je kan een dualiteit creëren tussen de co-creator en de onderzoeker als lyrisch stijlfiguur.
ACTIE:
Rol tijdens de sessies nog meer bepalen, niet enkel als co-creator, maar ook als onderzoeker.
Op de vraag of je de deelnemers open kaart geeft in mijn onderzoeksvraag vanaf het begin luidde het antwoord als volgt:
Het interview zou ik effectief tot het einde bewaren. Om beïnvloeding te vermijden. Of dat zaken invloed zouden kunnen hebben op de groepsdynamiek doordat je beïnvloed.
Een ultieme tip die voor hem werkte: begin met schrijven. Te beschrijven. Zoek je taal.
Sleutelwoorden:
vrijheid
escapisme
groepsdynamiek
dualiteit
observatie
Wat neem ik mee en wat laat ik los?
- Om mijn onderzoek in een bredere context te gaan inbedden lijkt me nu niet prioritair. Dit kan eventueel een vervolgstap zijn. Mijn focus ligt ook niet op het therapeutische luik, maar op het artistieke luik.
- Het blijft wrang aanvoelen om de term vrijheid van geest los te laten. Het is altijd mijn kern geweest binnen mijn onderzoeksvraag, mijn kapstok om het onderzoek aan te koppelen. De urgentie van mijn onderzoek. Ik laat de term voorlopig toch maar niet los.
- Escapisme laat ik wel een beetje los als hoofdterm binnen dit onderzoek, de pejoratieve bijklank is voor velen echt wel een struikelpunt. Het voelt meer aan als het ontsnappen van de realiteit… Maar de term blijft wel kleven…
- De groepsdynamiek zal ik zeker meenemen in mijn observatie/analyse.
- Bekijk goed je rol binnen dit onderzoek. Wanneer ben ik welke rol. En durf deze ook van elkaar te scheiden.
- Het prikkelt me wel om een dualiteit te gaan creëren als lyrisch stijlfiguur waar mijn rol als co-creator in gesprek gaat met mijn rol als onderzoeker.
Intuïtie, is dat niet het zuiverste onderzoek?
gesprekspartner: Jan Schoolmeesters https://janschoolmeesters.weebly.com/
Een nieuwe onderzoeksbegeleider voelt aan als een nieuwe start…
De eerste reactie op het onderzoek tot nu toe: baken af. Baken dat concept vrijheid van geest af. Zoek eens naar de filosofische insteek.
ACTIE:
Het wordt nu echt tijd om de term vrijheid van geest/innerlijke vrijheid te gaan vastleggen.
Kijk nog eens naar je vraag: Op welke manier houdt de facto in dat het er al is. Is dat niet al meteen een gigantische aanname? Op welke manier houdt ook in met andere woorden dat je aan het onderzoeken bent, hoe moet je dat aanpakken om dat teweeg te brengen? Dus dan ga je zeggen, ik heb het zo en zo en zo gedaan ( en misschien is het dan wel), maar het brengt geen vrijheid van geest met zich mee, maar we hebben ons geamuseerd en het welbevinden is misschien vergroot en ik heb een fijne band gecreëerd met die mannen.
ACTIE:
De vraag herbekijken.
Daarenboven wat bedoel je met humor? Bestaat er zoiets al gevangenis humor? Mag ik den bal gaan halen? (context) Misschien is een eerste stap even gaan onderzoeken wat gevangenis humor is. Waarom gebruiken ze humor? Waarvoor wordt humor gebruikt?
ACTIE:
Humor gaan definiëren, concretiseren. En verband leggen tussen humor en gevangenschap.
Eigen bedenking: Ben ik dan nog vanuit de kunst aan het starten? Onderzoek vanuit mijn kunst. Cabaret. Dus samen gaan creëren vanuit humor. De vraag: Welke humor ga je gebruiken in de gevangenis? is niet meer relevant. Dit goed uitwerken. Dus maw een voorstelling maken samen met die gedetineerden, maar ook vooral vanuit hun humor. Wat doet dit dan met die gasten?
ACTIE:
Concretiseren waarom je geen bepaalde humorstijl gebruikt. Maar humor als concept.
Interessant gegeven uit het onderzoeksplan is die term TIJD.
Hoe verhouden die termen zich tot elkaar? Tijd, welbevinden, vrijheid, empathie. Zoek naar verbanden en tegenstellingen.
Maak alle redeneringen helder. Er speelt daar veel meer dan enkel de fysieke begrenzing. Koppeling met hun tijd. Vrijheid van hun tijd is hen ontnomen.
ACTIE:
Het theoretisch kader inzetten om conclusies/bevindingen te verhelderen.
Bijvraag: Wat doet die voorstelling rond (gevangenis)humor met de buitenwereld? Interessante bijvraag en vervolgonderzoek… Niet van toepassing binnen dit onderzoek, want we zijn niet van plan/in samenspraak met de gedetineerden, om hier een openbare voorstelling van te maken.
Wat verandert er bij hen door het gebruik van deze humor? Kunnen ze hun wereld meer relativeren? Is dit dan een vorm van escapisme?
Dit is een sleutelmoment in het gesprek. De term escapisme. Daar zit escape in. En dat is iets anders dan vrijheid van geest. En toch is escapisme in uw mind, in uw hoofd. Wat een schone term.
ACTIE:
De term escapisme integreren in je onderzoek.
Let op dat je niet gaat doen wat er formeel van jouw verwacht wordt, ga op zoek naar je authentieke zelf als onderzoeker. Wat voel ik en wat zou ik willen doen en weten. Werk intuitief. Is dat niet het zuiverste onderzoek.
Basisvraag blijft, humor levert bij mij vrijheid op, wat zou het opleveren bij gevangenen?
Moet ik dan mijn onderzoeksvraag herformuleren?
Neen, niet zozeer, maar ga op zoek naar duidelijkheid van alle termen in jouw onderzoeksvraag. En misschien is escapisme wel een zeer fijne term.
Wie zegt trouwens dat ze niet al vrij zijn in hun geest? Hun fysieke vrijheid wordt hen ontnomen, maar waar ze aan denken die vrijheid is hen toch niet ontnomen?
ACTIE:
Aanname van niet vrij te zijn in hun geest is een belangrijke toevoeging.
De methodologie komt ook aan bod: eerst een verkennend één op één interview met alle deelnemers om een soort nulmeting te zoeken. Is die nulmeting nodig? Want wat win je hier mee? Je moet zelf termen afbakenen. Stel dat het antwoord van vrijheid voor hen is 1u per dag te kunnen gaan wandelen en uit hun cel zijn, dan heb jij vrijheid gegeven door hen nog 2u extra uit hun cel te laten om met hen een cocreatie aan te gaan. Maar is dat dan de cocreatie die dit veroorzaakt of het wegzijn uit hun cel? Dus waarom niet er gewoon meteen invliegen met jouw kunst? Ipv te gaan zoeken naar een nulmeting. Is dit geen uitstel van de echte confrontatie? De term nulmeting hoort eerder thuis in een kwantitatief onderzoek, lekker wetenschappelijk. Wat is ook een nulmeting bij filosofische termen?
=> een aha erlebnisch. Laat jouw interpretatie als kunstenaar leiden, hierdoor ben ik de nulmeting. Welke vrijheid wil ik zien, voelen ,weten? En hier de vinger aan de pols houden.
ACTIE:
Methodologie wordt herbekeken.
De deelnemers confronteren met wat vrijheid van geest is, kan zeker later tijdens het onderzoek als onderzoeksdaad.
ACTIE:
Pas confronteren met onderzoeksvraag tijdens het laatste interview.
Op welke manier houdt ook in dat je een manier gaat onderzoeken. Voor mij geeft humor en deze manier wel vrijheid van geest, is dat ook zo voor hen? Of wat geeft hun dat wel, beter welbevinden, ontspanning, nekeer goed lachen,...
TIPS:
Wring vooral je resultaten niet in je onderzoek. Ik vond dat en dit en dat is een ander soort vrijheid…
Zoek in google scholar: humor and prison, misschien vooral handig om de humor te gaan afbakenen.
Blijft dat praktische bezwaren in de weg zitten. Aanvragen duren langer dan verwacht. Er wordt wel vooral het onderzoekend vermogen beoordeeld.
Hoe data gaan verzamelen? Het proces van het maken wordt je methode. We maken een humoristische voorstelling en ondertussen kijk ik wat dat doet met die mensen, waar lopen zij op vast? Waar loop ik op vast? Hou bij wat er gebeurt in dat proces. Uw voorbereiding, uw moment zelf, een reflectie.
Sleutelwoorden:
escapisme
theoretisch kader verhouden tegenover elke term
tijd
weg met de nulmeting
methodologie
Wat neem ik mee en wat laat ik los?
- Durf nu eindelijk eens te bepalen binnen de term vrijheid van geest. Hierna nam ik dus ook de stap om dit eindelijk vast te leggen. Dit gaf ook een vrijheid van geest voor mezelf. Net door het concept te gaan beperken, grappig genoeg.
- De vraag werd geherformuleerd. Niet meer op welke manier, maar wat kan een participatieve co-creatie vanuit humor betekenen voor de vrijheid van geest in gevangenschap?
- Ik bekeek humor niet meer louter als een losstaand iets, maar ging breder naar humor kijken in de gevangenis context.
- Om mijn bevindingen te gaan vastleggen, mooi opzoek gaan naar de verbanden/tegenstellingen/…
- De term escapisme gaan inzetten.
- Mijn methodologie werd aangepast. Ik heb geen nulmeting meer nodig om dit onderzoek te gaan voeren. Dus ik zal meteen in de actie gaan binnen de gevangenis.


